Historische Kring gemeente Leek e.o.

Nieuwsflitsen

  • Stambomen

    In het menu bovenaan zijn bij Genealogieën  de stambomen te vinden van het geslacht Leuring, en van de bewoners van de borg Nienoord.
    Bij Weblinks zijn verwijzingen naar nog meer genealogieën te vinden

     
  • facebook

     

De Borg Ewsum bij Middelstum

 Ewsum bij Middelstum ligt markant in het open landschap. De borg is eeuwenlang in bezit geweest van de familie Van Ewsum. Ridder Onno van Ewsum (04) bouwt in 1472 de nog aanwezige gevechtstoren. In de loop van de eeuwen is de borg uitgegroeid tot één van de fraaiste van de Ommelanden.

De naam Ewsum komt voor het eerst met zekerheid in de geschiedenis voor in 1371. In dat jaar worden de regels gesteld voor de waardering van bepaalde munten. Bij het overleg is o.a. Eno of Evo Ewesma betrokken. Volgens een valse oorkonde van 1353 zou de familie aanvankelijk op de Oord (Oert) onder Toornwerd hebben gewoond, maar na de verwoesting van deze 'keizerlijke burcht' in de oorlog, zou jonker Ewe de borg Ewsum hebben gesticht te Middelstum.
In hoeverre in deze valse oorkonde nog juiste gegevens zijn verwerkt, is niet meer uit te maken (01).

De naam Ewo Ewesma komt ook voor in de jaren 1390, 1402 en 1406. Vermoedelijk hebben we met twee verschillende personen te maken, hoofdelingen te Middelstum. Terzelfder tijd wordt vermeld, 1397-1404, Auca (Aweke) Ewesma, nobilis matrona in Middelstum. Zij breidde het landbezit van de familie sterk uit. Zo koopt zij de naburige borg (castrum) Gaycamahuis. Een andere vrouwennaam, Ewerdte (Evert) Ewesma komt in 1421 en 1443 voor (01).

Vermoedelijk is Auka de vrouw van Ewe Ewesma senior en Ewerde de vrouw van Auka's zoon Ewe. Deze Ewerde is een dochter van Onno Onsta. Ewe junior en Ewerde laten een kind na, Menneke. Deze trouwt met Hidde Tamminga van Hornhuizen, die daarna de naam Ewesma aanneemt. Volgens Ubbo Emmius heeft hij aan het hoofd van een Gronings-Ommelander legertje gestaan dat in 1428 Fokko Ukena heeft bestreden. Hij wordt echter verslagen, gevangen genomen en door Ukena zelf gedood. Om te verzoenen zou daarna Ukena zijn dochter Bauwe aan Hiddo's zoon Ewe ten huwelijk zijn gegeven. Wat hiervan waar is, is niet bekend. In elk geval in 1431 leeft Hidde nog. Hij noemt zich dan Hidde Ewesma, maar voert het zegel van Hidde Tamminga. Sindsdien wordt hij echter niet meer vermeld (01).

Evenals Auka en Evert vergroot ook Menneke het familiebezit door aankoop van landerijen. In 1439, 1442 en 1443 is sprake van de aankoop van steen. Een aanwijzing voor een mogelijke verbouwing van Ewsum? In 1472 wordt Menneke voor het laatst genoemd. Zij heeft twee of drie zonen, Ewe, Onno en Hiddo. De laatste komt alleen voor in latere afschriften van een oorkonde uit 1446, daarin staat ('vertaald'):

‘Hiddo van Ewszum, hoofdeling te Myddelstum, geeft vidimus van een akte, gesteld op papier d.d. 14 januari 1472 (kla0543), betreffende een watering tussen Trymont en Opende en het leggen van een leidijk’.

De letterlijke tekst in het Middel Nederduits luidt:

‘Ick Hiddo van Ewszum hovelinck thoe Mijddelstum doe kundt und bekenne mijt desen openen breve dat ick heb gesien een breff in pappijr gescreven und onder op spatium sbreves mijt dat gemene landssegell van Vredewolt besegelt in begijnsell und int eijnde des breves in summijgen litteren emd [sic] woerden und ock ant seghell van olderdom een wenijch geradeert end gecorrumpeert doch nae mijner rechte wetenscup und ogenschijn inholden- de van woerde tot woerden soe hijr nae bescreven. volcht: Sunder alle argelist in orkunde der warheijt soe heb ick Hiddo van Ewszum vurscreven /an\ desen vidimus breeff myt dat gemene lands seghell van Vredewolt gehangen inden jaere uns heren dusent vyffhundert negenendedartijch donredages nae conceptionis Marie virginis.’

 40

Blad van perkament. RHC GA. Kla1048, 11 dec. 1539, Kloosterarchieven, inv.nr. 87, reg. 1048.  (05) Blad van perkament. RHC GA. Kla1048, 11 dec. 1539, Kloosterarchieven, inv.nr. 87, reg. 1048.


41

Zegel bij bovenstaande tekst. Voorzien van het zegel van Vredewold in groene was, enigszins beschadigd en als randschrift: ‘SIGIL[LU(m)] UNI[VE]RCITATIS TERRE] VREDEWALT’ RHC GA. Kla1048, 11 dec. 1539, Kloosterarchieven, inv.nr. 87, reg. 1048. 


Epitaaf Egbert Onsta Middelstum[1]Epitaaf voor Egbert Onsta Sint Hippolytuskerk in Middelstum. Op dit epitaaf voor de priester Egbert Onsta zou Onno van Ewsum wellicht achter de geknielde priester staan (09).  Epitaaf voor Egbert Onsta Sint Hippolytuskerk in Middelstum. Op dit epitaaf voor de priester Egbert Onsta zou Onno van Ewsum wellicht achter de geknielde priester staan (09).


Ewe trouwt met een dochter van Fokko Ukena en verkrijgt door haar Dijkhuizen bij Appingedam, waar hij zich vestigt.
 Van Ewsum is een geletterd man. Hij heeft onder meer kennis opgedaan aan het hof van de Franse koning Karel VII en aan de universiteit van Keulen. Hij behoort tot de humanistische kring van de Abdij van Aduard. In 1479 zou hij een verzameling rechtsteksten, de Codex Hummercensis, hebben laten aanleggen (02). Hij is een zoon van Hidde Tamminga en van Menneke van Ewsum (ook Ewsema). Hij is een invloedrijke jonker en borgheer uit de Groninger Ommelanden. Hij heeft een groot aantal bezittingen en rechten in en buiten Groningen. In Drenthe bezit hij onder meer het huis Mensinge te Roden. Hij maakt in 1450 in gezelschap van de oud-burgemeester van Groningen Albert Jarges (10) een bedevaart reis naar het Heilige Land. Beiden worden tot ridder geslagen. Als dank zou hij opdracht hebben gegeven om de Sint-Hippolytuskerk in Middelstum te verbouwen, waardoor deze kerk zijn gotische vorm heeft gekregen. Van Ewsum stelt als collator van deze kerk de pastoor aan. Als tweede pastoor benoemt hij Egbert Onsta. Op een epitaaf (08) (zie ook afbeelding Links) voor Onsta zou wellicht Van Ewsum als stichter van de kerk staan afgebeeld. Van Ewsum sticht ook één of meer gasthuizen, waaronder een gasthuis in Middelstum (02). Of de bedevaart in werkelijkheid heeft plaats gevonden, is echter omstreden.

Onno is getrouwd met de Oostfries Gela Manninga, een dochter van een zuster van Ulrich Cirksena. In dit stuk uit 1458 (slechts in afschrift van 1512 overgebleven), is sprake van een ruil tussen Ewe en Onno Ewesma, waarbij Ewe landerijen onder Garmerwolde en Ten Boer verkrijgt en alle rechten en heerlijkheden (gebieden) in Fivelingo. Onno  verkrijgt Menkemaheerd in Diddinghuizen en de principale heerd en state land de Oert genaamd met huisinge, heminge ende graften, 128 grazen groot, Sapsteder land met 20 grazen daarbij gelegen, die Onno al in huur heeft met alle rechten en heerlijkheden die op de heerd in den Oert vallen, voornamelijk het redgerrecht (11) om het derde jaar, de helft van de overrechten te Middelstum, Toornwerd en Engeweer, waarvan Onno al de andere helft bezit, en ook Toornwerd er zijlrechtereed, een schepperij (12) in het Oosterambt, waaronder verschillende met name genoemd Eden. Deze rechten zouden eeuwig en erfelijk bij het huis Ewsum blijven en van de heerd in den Oert afgenomen zijn. Mag later bij boedelscheiding de Oord van Ewsum gescheiden worden dan zou de collatie van de kerk te Toornwerd bij de Oord blijven. Verder zou Onno alle rechten en heerlijkheden in Hunsingo hebben en houden. Ook na 1458 breidt Onno zijn bezittingen uit. Bij zijn dood bezit hij in volle eigendom landerijen met de totale grootte van 1899 hectare. Waarbij nog 647,5 hectare gemeenschappelijk met de familie Tamminga. Het grootste complex heeft onder Middelstum, Kantens en Toornwerd gelegen, samen 587 hectare groot. Het overige land ligt verspreid over geheel Hunsingo, met uitzondering van de Marne en noordelijk Fivelingo. Bij de opgave hierboven zit niet het Mensingegoed bij Roden, dat Onno in 1485 koopt en van de bisschop van Utrecht in leen krijgt. Ook bezit Onno nog huizen in de stad Groningen en Norden (Oost-Friesland). Ongeveer 44 hectare is bij Ewsum in eigen beheer. De rechten van Van Ewsum zijn ook aanzienlijk in talrijke dorpen van Hunsingo en westelijk Fivelingo (01).


Het is niet goed bekend hoe de familie al deze landerijen en rechten heeft verkregen, want de oorspronkelijke aankooptitels ontbreken veelal. De oorkonde van 1353 is onecht. Deze gaat over de rechten van de Ewsums op de commanderij van Wijtwerd. De oorkonden en de geschriften over de fundatie en collatie van de kerken van Middelstum, Toornwerd en Westerwijtwerd zijn slechts in latere afschriften over, zodat we voorzichtig moeten zijn met de betrouwbaarheid. Zo weten we niet precies hoe het gegaan is met de verbouwing van de kerk van Middelstum. Zeker is dat er verbouwingen hebben plaatsgevonden en dat Wigbold van Ewsum de kruisarmen heeft aangebracht. We moeten niet vergeten dat in Middelstum twee andere borgen hebben gestaan, namelijk Mentheda en Asinga, zodat de Ewsums niet de enige dorpsheren zijn geweest. Onenigheden, vooral met de familie Entens op Mentheda, komen dan ook herhaaldelijk voor (01).


Onno van Ewsum is de rijkste hoofdeling van de Ommelanden. Bovendien geven zijn riddertitel en zijn verwantschap met de Oostfriese graven hem veel gezag en invloed. Zijn levenswijze komt daarmee overeen. Zo heeft hij een eigen kapelaan. Onno en broer Ewe zijn vrienden van de Bourgondiërs als dezen hun macht naar het noorden willen uitbreiden. De Groningers echter voelen zich bedreigd door Karel de Stoute en gaan hun stad versterken. Als in de dezelfde tijd (1472) Onno van Ewsum zijn slot met toren gaat versterken, probeert de stad dat te verhinderen, maar Onno bouwt de toren af. Een gevelsteen in de toren vermeldt:
14 
‘An 1472 Heeft Jr. Onno van Ewsum dit gebout tegens de wille van Groningen vid. Schotanim’ (03).

Onno is ook een ontwikkeld man met een belangstelling voor wetenschap. Zo behoort hij tot de humanistische kring te Aduard (01). Hij overlijdt in 1489. Hij heeft vijf dochters en vier zonen (Hidde, Abeke, Relof en Wigbold). Hidde overlijdt al in 1494. De zonen zetten het beleid van hun vader voort; zij voeren de jonkerstitel en gaan zich Van Ewsum noemen in plaats van Ewesma. Een eigenlijke boedelscheiding schijnt voorlopig niet tot stand te zijn gekomen.

In 1494 is deze Hiddo (Hidde) hoofdeling van Middelstum en erfgrietman van Vredewolt. We weten dat uit een koopakte van 25 april 1490, waarin uitspraak wordt gedaan in de zaak tussen Itske Tyaertz enerzijds en Wychger, hofmeester van het convent van Dremunt, anderzijds, over een door het convent gepleegde landbreking, in aanmerking nemende de getuigenverklaringen van Berent Keysers, Johand Ydens, Hendrick op de Haer en Ysele Claessens voor de buurrechter Lubbe Renckema in een hierbij geïnsereerde koopakte d.d. 25 april 1490, waarbij Itskens klacht voor gegrond verklaard wordt en de keldermeester tot een voorwaardelijke boete veroordeeld wordt. (06).

42


 RHC GA. Kla1059, 21 juli 1546, Kloosterarchieven, inv.nr. 72, reg. 1059  (06). RHC GA. Kla1059, 21 juli 1546, Kloosterarchieven, inv.nr. 72, reg. 1059
   


8
 De gerestaureerde geschutstoren (donjon)
30
De geschutstoren aan de binnenzijde
10
De geschutstoren aan de binnenzijde 
6
 De geschutstoren aan de binnenzijde
39
 .De geschutstoren vóór de restauratie
38
 .De geschutstoren vóór de restauratie
12
 .Oude tekening van  borg Ewsum.
16
 .Oude tekening van  borg Ewsum.
15
 .Oude tekening van  borg Ewsum.
22
 Plattegrond borg Ewsum
18
 Plattegrond borg Ewsum

 Tegen het eind van de 15e eeuw breken er oorlogen uit die tot 1536 deze streken zullen teisteren. De drie broers zijn aanhangers van de Saksische hertogen en graaf Edzard van Emden en dus de tegenstanders van de stad. Mensinge wordt door de Groningers geplunderd en ook Ewsum loopt zware schade op. Abeke, die we in die tijd het meest met Ewsum in dit verband aantreffen, is ook bevelhebber van Appingedam onder Edzard. Abeke sterft daar in 1503 zonder wettige kinderen na te laten. In 1506 neemt de stad Edzard als heer aan, waarna een tijdperk van rust aanbreekt. Ewsum en Mensinga kunnen weer worden hersteld en bewoond. Wigbold, die in 1502 met Beetke, erfdochter van Raskwerd, trouwt, krijgt Ewsum en Roelof Mensinge. Roelof trouwt in 1507 met Luytge Haringxma van Sneek en vestigt zich daar (01).  

In 1515 komt het tot een openlijke breuk tussen George van Saksen en graaf Edzard van Emden. De broers Ewsum kiezen de kant van George. Na de inname van Appingedam worden zij door George tot ridder geslagen. George doet zijn rechten over aan Karel de Vijfde, ook dan blijven de broers aan Bourgondische kant. Zij huldigen Karel van Gelre niet als heer, maar wijken uit naar Hasselt, waar vooral Relof de Geldersen bestrijdt. Van Wigbold horen we in die tijd niet zoveel. Hij wordt in 1515 door George van Saksen officieel van zijn eed van trouw ontslagen en in 1520 ook door Karel V. Daarna mag hij van Karel van Gelre naar de Ommelanden terugkeren, waar hij zich wijdt aan de opbouw van Nienoord en de versteviging van zijn positie in Vredewold. Hij sterft in 1528. Zijn politiek wordt voortgezet door zijn weduwe Beetke en hun vijf zonen, Onno, Johan, Hidde, Christoffel en Wigbold. Ook nu komt het niet onmiddellijk tot een boedelscheiding. Beetke blijft op Nienoord wonen en Ewsum schijnt ook door haar zonen niet bewoond te zijn. Er is tenminste sprake van huisbewaarders. Onno, zoon van Relof, sterft in 1537 zonder wettige nakomelingen. Dus komen Ewsum, Mensinge, Nienoord en Rasquerd, afkomstig van Beetke, aan de kinderen van de in 1528 gestorven Wigbold. Kort voor of na de dood van Beetke in 1554 komt het eindelijk tot boedelscheidingen waarbij Johan Ewsum en Mensinge, Christoffel Rasquerd en Wigbold Nienoord verkrijgt. Onno en Hidde zijn al gestorven (01).

 Johan geeft de voorkeur aan Mensinge boven Ewsum. Hij probeert een belening te verkrijgen met de drie dorpen Roden, Norg en Roderwolde en zelfs met het gehele Noorderdingspel, maar deze poging mislukt. Mogelijk heeft hij op Ewsum laten verbouwen, want in 1561 zijn gebrandschilderde ramen aangebracht, ook een schouw in het rijksmuseum in Amsterdam van 1561 zou van Ewsum afkomstig zijn. Ook blijft hij in de Ommelanden een belangrijke rol spelen. In 1555 vertegenwoordigt hij Stad en Lande bij de troonswisseling (Filips II volgt zijn vader Karel V op), waar Johan tot ridder wordt geslagen (01).

Johan heeft grote theologische belangstelling en is een vriend van de Hervorming. Toch dient hij onder de katholieke Karel V in de Smalkaldische oorlog. Tijdens de inval van Lodewijk van Nassau blijft hij afzijdig. Hij hoeft niet te kiezen voor of tegen zijn leenheer want in 1570 overlijdt Johan van Ewsum. Hij is tweemaal getrouwd, eerst met Henrick Kater, daarna met Anna van Burmania. Met Anna heeft hij drie zonen, Onno (Aepco), Jurgen, Joost en een dochter. Bij zijn dood zijn er vele schulden en de baten bestaan grotendeels op een vrij waardeloze vordering op zijn broer Wigbold, die veel geld nodig heeft voor zijn veenontginning en zoutwinning. Moeilijkheden ontstaan over de administratie van de goederen en de voogdij over de kinderen. Anna zelf hertrouwt in 1575 met Claas Kater. Rempt Jensuma wordt ten slotte officieel door de hoofdmannenkamer tot voogd benoemd. De rector van de Latijnse school, A, Ludovicus Gratema wordt pedagogus en beheerder van het vermogen van de kinderen. Jensema moet in 1580 uitwijken en dat geeft weer nieuwe problemen (01).

Welke Christoffer van Euwsum wordt bedoeld in een rentebrief van 23 november 1585 is niet bekend. Hierin verklaren Johan Fransen en zijn vrouw Hylle te hebben gekocht van de religieuze juffers van Trimunt een rentebrief ten laste van Christoffer van Euwsum en beloven hun best te zullen doen om de achterstallige rente van zes jaren ten behoeve van het convent in te vorderen uit het onderpand te Marum (07).

Johans zoon Aepko gaat naar Spaanse zijde over; hij is getrouwd met een dochter van luitenant De Mepsche. In 1593 sluit hij zich toch aan bij Willem Lodewijk. Hij sterft in 1599 kinderloos. De tweede zoon, Jurgen, is al voor 1583 gestorven. Over blijven Joost en Susanna, getrouwd met hopman Jacques Salencijn. Van hen krijgt Joost Mensinge en Susanna Ewsum. De boedel is met grote schulden bezwaard, zodat allerlei processen ontstaan en grote verkopingen plaatsvinden. Van 1595-1599 worden de goederen in de Ommelanden verkocht (01).In 1596 de heerd Den Oert, 11 grazen groot en in gebruik bij Willem Lamberts te Toornwerd. Koper wordt Joost Veelcker. Ook Ewsum dreigt onder de hamer te komen. Susanna draagt nu de borg over aan haar neef Caspar van Ewsum. Deze weet eerst een verkoop te verhinderen, maar als in 1601 de veiling toch doorgaat, wordt hij zelf de koper. Nog voor 1610 verkoopt hij de borg aan Luurt Ripperda, wiens vrouw Ida Lewe na de dood van haar man in 1616 Ewsum met 104 grazen land verkoopt aan Abel Coenders, burgemeester van Groningen. Abel laat in 1628 weer gebrandschilderde ramen aanbrengen. Hij overlijdt in 1629, zijn vrouw Teteke Entens in 1649. Hun enige dochter Anna is kort voor haar vader overleden. Anna is getrouwd met Evert Lewe op Asinga te Ulrum. Bij de boedelscheiding van 1630 verkrijgt deze als wettige voogd over zijn vier kinderen onder meer de borgen Ewsum en Asinga of Emda. Teteke krijg het door haar zelf bewoonde huis in de Boteringestraat te Groningen (01).

Als enige collator namens zijn kinderen laat Evert in 1630 een nieuwe klok maken te Middelstum en die van Westerwijtwerd wordt hergoten. Zijn schoonvader Abel Coenders heeft al in 1622 de klok van Toornwerd laten herstellen.

Evert Lewe sterft in 1641. De scheiding van zijn nalatenschap en die van Abel Coenders vindt pas plaats in 1648. Daarbij verkrijgt de oudste zoon Johan de borgen Ewsum en Asinga te Middelstum met bijbehoren (01). Daarmee begint een nieuw tijdperk van bloei voor Ewsum. Johan Lewe, die zich er met zijn vrouw Geertruida Alberda vestigt, herstelt de borg naar het voorbeeld van Nijenstein. Hij laat er een toren aanbouwen en restaureert de oude gevechtstoren door deze te verlagen en het onderstuk met een steenlaag te ommantelen. In 1662 laat hij in de kerktoren een carillon aanbrengen, aan de kerken van Middelstum en Westerwijtwerd schenkt hij fraaie avondmaalsbekers in 1656. Doordat hij Mentheda verkrijgt is hij de enige heer van Middelstum geworden. Wel staat hij in 1649 Asinga weer af, maar de rechten behoudt hij (01).

Johan Lewe wordt na zijn dood (ongeveer 1670) opgevolgd door zijn zoon Evert Lewe, die in 1680 ongehuwd overlijdt. Ewsum vererft dan op zijn broer Reint, die in 1682 trouwt met Helena Clant van Stedum en in 1704 overlijdt. Daarna volgt hun zoon Johan, die in 1709 trouwt met Amalia Maria Clant van Nijenstein. Hij overlijdt in 1737, waarna Reint Jan Lewe volgt, die in 1742 ongehuwd overlijdt. Ewsum vererft daarna op diens broer Edzard Jacob, getrouwd in 1740 met Allegonda Maria Rengers van Farmsum. Hij laat in 1744 Asinga, dat aan de familie teruggekomen is, op afbraak verkopen (01).

Na zijn dood in 1753 blijft de boedel onverdeeld. Zijn weduwe houdt het gebruik van Ewsum. Hun oudste zoon doet dan ook mee op de landdag niet voor Middelstum maar voor Uithuizermeeden en later voor Ranum. Wel bezit hij een huis aan de straat in Middelstum, waar hij soms woont. Ook voert hij de titel heer van Middelstum.

Tot 1795 bekleedt hij de hoogste functies in de Ommelanden. Daarna is hij uitgeweken. Hij sterft in Norden in 1800. In 1773 is hij getrouwd met Petronella Sara Geertruida Nahuys van Monnikendam. Kinderen laten zij niet na. Zijn broer Egbert wordt al in 1761 op 18-jarige leeftijd secretaris van de provincie. Hij blijft dit tot 1798. Na de dood van Allegonda Maria Rengers wordt Ewsum door de familie te koop aangeboden in het voorjaar van 1798. Het aloude huis wordt aangekondigd als een deftige en wel gereguleerde herenbehuizing, waaraan een fraaie toren, beide uit het water opgehaald, met twee schathuizen, hoven, singels, allees, grachten, vijvers, bomen en plantages, tesamen ongeveer 11 grazen. Het huis is voorzien van een beeldengalerij, verscheiden behangen kamers, een ruime keuken, een extra grote bovenzaal en vier kamers aan de vier hoeken, zeer spatieuse verwulfde kelders, een orangerie in een van de schathuizen, een koepel of zomerhuis aan het trekdiep, een groot appelhof waarin een vijver de Kooi genaamd enz. enz. Bovendien de oude borgsteden Asinga en Mentheda met rondelen en grachten. Deze verkoping wordt echter op last van het Intermediair Administratief Bestuur van het voormalige gewest opgeschort op grond van de publicatie van het Uitvoerend Bewind van de Bataafse Republiek van 31 maart 1798. Daarbij is bepaald, dat bij de provisie geen transporten, hypothecatien of andere akten of middelen van bezwaar of vervreemding van enige goederen zullen mogen worden gepasseerd door of van wege zich buitenslands bevindende personen die van 1787-1795 een post als regent of 'minister' binnen deze republiek hebben bekleed (01).

Dit slaat op Reint Jan, die minstens voor een vierde eigenaar is van Ewsum. Op 25 juni komt er een nieuw Intermediair Administratief Bestuur, dat al op 26 juni de schorsing ophief. De verkoping vindt nu plaats op 23 juli. Er wordt blijkbaar geen behoorlijk bod gedaan, want op 3 augustus wordt Ewsum uit de hand te koop aangeboden.

De onderstaande goederen blijven volgens een inventaris uit omstreeks 1800 in handen van E.J. Lewe en zijn vrouw A. M. Rengers. Behalve de borg zelf met 41,5 grazen (ruim 1000ha), de twee huizen in de stad en enige zitplaatsen in de Martinikerk bestaat het onroerend goed uit 2135 grazen en 65 heemsteden (boerderijen) te Middelstum en Stitswerd. De jaarlijkse opbrengst is bijna 7700 gulden. Het vermogen aan obligaties en los geld bedraagt 26.778 gulden. Daartegenover staat een schuld aan obligaties en achterstallige renten van rond de 118.635 gulden (01).

Na de dood van Reint Jan in 1800 komt slechts een gedeeltelijke scheiding tot stand. Ewsum wordt daarbij niet genoemd, maar komt aan zijn broer Egbert, die tot 1798 secretaris van de provincie is geweest en allerlei regeringsfuncties heeft bekleed in de Bataafse en Franse tijd. Na de bevrijding in 1813 is hij nog korte tijd commissaris-generaal van het departement van de Westereem. Op 30 december 1805 draagt hij Ewsum met bijbehorende rechten over aan zijn zoon Edzard Jacob, ontvanger van de beschreven middelen in het Fivelingokwartier. Deze vestigt zich op Ewsum, waar hij kantoor houdt (01).

Hij is tweemaal getrouwd, eerst met Anna Habina Jacoba van In- en Kniphuisen, daarna met Maria Roberta Bernardina Johanna van Hasselt. Hoewel hij het huis weer herstelt en bewoonbaar maakt, biedt hij het in 1851 uit de hand te koop aan. Dit mislukt en op 26 januari 1856 volgt een publieke verkoping. Koper wordt Hendrik Willem Wierda te Winsum voor 40.275 gulden. Deze laat het huis in 1863 afbreken. Alleen de oude schiettoren blijft gespaard.

Edzard Jacob Lewe van Middelstum sterft nog in hetzelfde jaar van verkoop te Meppel, op reis naar Oudekerk, waar hij zich heeft willen vestigen.

Ten noordoosten van Ewsum liggen nu nog drie boerderijen, De Noort, De Oldenoord en De Tienoord (01).

Restanten
 De glazen uit de ridderzaal zijn in lood gevat en gebrandschilderd met familiewapens (nu in het Groninger Museum). Er is ook een schilderij met Evert Lewe (6 jaar) en Reint Lewe (1 jaar) erop met in het midden de borg met twee (er is er in werkelijkheid maar een) geschutstorens. Het schilderij stamt uit 1657 en is geschilderd door J.J de Stomme. Verder zijn er vijf zerken wapenschilden op de toren, die nu in de gevel van Ekenstein zitten. Het puin van de afbraak is over de gehele provincie verspreid, bijvoorbeeld voor de verharding van de Oosterbuursterweg (01).

Wierda en Vinhuizen
 Wierda laat de inmiddels vervallen borg en het westelijke schathuis (ook wel koetshuis genoemd) in 1863 afbreken; alleen de gevechtstoren en het oostelijke schathuis overleven de sloop. De vijf zerken wapenschilden die zich in de gevel van de toren bevinden, worden overgeplaatst naar de gevel van Ekenstein. Bij de afbraak wordt midden onder de borg een stenen fundament gevonden, mogelijk van een toren. De grond wordt afgegraven tot een diepte van 1,7 meter. Veel voorwerpen uit de borg worden naar het Groninger Museum gebracht.

Nadat het borgterrein enkele decennia voor braak is achtergelaten, wordt het in 1916 gekocht door Siemon Ludolf Vinhuizen, die in 1917 de linden rond de borg laat vellen. In 1932 laat hij door architect Sietze Albert Veenstra een grote boerenschuur in de stijl van de Amsterdamse School bouwen achter het oostelijke schathuis. Sindsdien bestaat het gebouw uit een schathuis met aan zuidzijde een koetsierswoning, in het midden een koetshuis met paardenstal. In het noordelijk deel heeft zich een schoonmaakkamer voor paardentuig bevonden. Onder de tweede kap is het vee gestald geweest. Siemons broer Jacob Vinhuizen koopt in 1890 Mentheda en laat er in 1896 een villa bouwen. Familielid Aaltje Vinhuizen koopt in 1926 Asinga (02).

Omzetting naar Landgoed Ewsum
 Staatsbosbeheer laat tussen 1984 en 1994 een 'dorpsbos' voor Middelstum aanleggen (Middelstumerbos) ten zuiden van de oprijlaan van Ewsum. Begin jaren 1990 wordt besloten tot het herstel van borgterrein en gebouwen en het 'teruggeven' van het borgterrein aan de Middelstumse bevolking. In 1991 wordt de donjon hersteld. In 1992 wordt door kunstenares Hanneke Schoone, die met haar man schilder Peter Huigen een deel van het schathuis bewoond, de stichting Werkprojecten De Ossekop (vernoemd naar het appelras) opgericht, een sociale werkplaats die sindsdien verstandelijk beperkte jongeren en langdurig werklozen met psychische problemen laat werken op het terrein vanuit de werkplaats in de schuur achter het schathuis. Later wordt de naam gewijzigd in Groenprojecten Ewsum en tegenwoordig heet het Ewsum WerkPro (02).
 In 1993 verkopen de nazaten van Jacob Vinhuizen de borg en omliggende landerijen aan Staatsbosbeheer, die het verpacht aan de Stichting Groninger Borgen. De binnen- en buitengracht rond Ewsum worden in 1994 uitgebaggerd. In 1995 wordt de lindelaan herplant door de jeugd van Middelstum. In 1998 wordt bij archeologisch onderzoek puin van de funderingen van het westelijke schathuis gevonden, alsook een spoor dat mogelijk toebehoort aan een voorloper van de borg of een van beide schathuizen. Met hulp van de Stichting Groninger Borgen wordt door de werkplaats eerst een fruitmuur met kas gebouwd, vervolgens riolering, paden en een groentetuin aangelegd en ten slotte het schathuis gerestaureerd (02).

Het gerestaureerde schathuis
 In 2006 wordt in het kader van de opheffing van de Stichting Groninger Borgen het terrein voor 1 euro overgedragen aan de nieuwe Stichting Beheer Borgterrein Ewsum (ontstaan tijdens de restauratie van het schathuis), die het terrein sindsdien in erfpacht houdt van Staatsbosbeheer. Hetzelfde jaar wordt een theeschenkerij geopend in het gerestaureerde koetshuis van het schathuis. Deze theeschenkerij wordt aanvankelijk geëxploiteerd door de eigenaar van de Middelstumse Herberg in de Valk, waarbij Ewsum WerkPro voor het personeel zorgt. Na een conflict over het personeel neemt Ewsum WerkPro in 2008 de exploitatie op zich. Herberg in de Valk heeft er nog wel een erfgoedlogies (logies en ontbijt). Verder is er een tentoonstellingsruimte gevestigd in het schathuis door Schoone, waar wordt geëxposeerd door de stichting Beetke Benieuwd. Sinds 2003 worden elk jaar zomers 5 tot 6 keer streekproductenmarkten en andere activiteiten georganiseerd op het borgterrein (02).

35
Toegangspoort naar het borggterrein (vrij te bezichgtigen)

1

.Het voormalige schathuis.

7

Het voormalige schathuis.

5

De bloementuin.
   

Bronnen:

  1.  01. De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4.
  2. 02. Wikipedia.org.
  3. 03. RHC GA (Groninger Archieven).
  4.  04. De inventaris van de familie Van Ewsum in het RHC GA omvat een periode van 1350-1646 over 243 charters en 2,85 meter standaardarchiefberging. De bewerker van het archief is E. Schut en de laatste wijzigingen zijn aangebracht op 2 april 2010. Er zijn 2321 archiefstukken over de Van Ewsums aanwezig. In 1938 is er een boek over de Van Ewsums geschreven: M. Hartgeringk-Koomans, Het geslacht Ewsum. Geschiedenis van een jonkersfamilie uit de Ommelanden in de 15e en 16e eeuw (Groningen, 1938). Bijzonderheden betreffende het archief in: VROA (1896) 567, VROA (1910) 348, VROA (1920) 301. NAB (1893/94) 73.
  5.  05. RHC GA. Kla1048, 11 dec. 1539, Kloosterarchieven, inv.nr. 87, reg. 1048.
  6.  06. RHC GA. Kla1059, 21 juli 1546, Kloosterarchieven, inv.nr. 72, reg. 1059.
  7.  07. RHC GA. Kla1143, 23 nov. 1585, Kloosterarchieven, inv.nr. 92, reg. 1143.
  8. 08. Epitaaf: Een epitaaf is van origine een grafschrift. Vanaf de 11e eeuw keert het epitaaf terug en in versterkte mate vanaf de 16e eeuw. Soms ligt de steen met daarin de inscriptie op de grond, als zerk en is dan meestal kleiner. Het is zowel binnen als buiten in de kerk te vinden. De bedoeling van het epitaaf is om stil te staan bij de persoon, de dood of om de voorbijganger op te roepen tot gebed. Men neemt in de 16e eeuw geen genoegen meer om anoniem te blijven en kiest voor epitaafgraf. Dit is de tijd waarin de kunst van het lezen belangrijker wordt. Sinds de 15e eeuw worden ook de rechtopstaande grafmonumenten die tegen een zuil of wand zijn geplaatst epitaaf genoemd. Een mooi voorbeeld is het epitaaf van Janne Colijns (15e eeuw), alsmede het Seikiloslied, uit de 1e eeuw v.Chr. Soms wordt het opschrift D.O.M. op een epitaaf aangetroffen. Dit is Latijn en betekent: Deo optimo et maximo oftewel: 'de allerhoogste God gewijd' en is ook boven sommige ingangen van kathedralen te vinden.
  9. 09. Niet duidelijk is wie de twee figuren achter de knielende Egbert van Onsta werkelijk zijn. Genoemd worden Onno van Ewsum en Hippolytus (Plas 2008:197 en Karstkarel 2008:448) of Sint-Egbertus en Hippolytus, de laatste zou dan de figuur met het wapenschild zijn (Kroesen/Steensma 2008:66 en Duijvendak 2008: 324). De afgebeelde hoofden zijn niet origineel, bij de beeldenstorm zijn ze vernield. In 1876 zijn er nieuwe hoofden geplaatst en in 1987 worden de kleuren aangebracht (bron Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Cultuur, Universiteit Utrecht - Memoria in beeld Maria met Kind met het gebedsportret van Egbert Onsta.
  10. 10. Albert Jarges is in 1594 de tweede burgemeester van Groningen, als de vesting door prins Maurits belegerd wordt. Bijgestaan door de Jezuiten en het gemeen, hetwelk niets te verliezen heeft, bewerkt hij een oproer in de stad, waardoor de plannen van de aanzienlijken, die tot overgave geneigd zijn, 'schipbreuk' lijden. Jargens, die nu ook tot kolonel van de burgerij wordt benoemd, doet, door zijn onverschrokkenheid, de prins meermalen twijfelen aan zijn pogingen de Stad te veroveren. In de verdere geschiedenis van het beleg wordt de naam Jarges echter niet meer genoemd (Zie Hofstede de Groot, 'Gesch. der Broederen Kerk te Groningen, blz. 53 en Gron. Volksalmanak, 1848, blz. 6, Geschiedk. Aanteek. omtrent hte beleg van Gron., blz. 19.

11. Redgier, Redjer, Red(d)ier, Redge, Redie —, znw. m. Mnl. redge(r), reddye; ofri. rêdjeva, rêdgeva, rêdia eig. 'raadgever'. Verg. os. râdgeᤇo, mnd. râtgeve; ohd. râtgebo, mhd. râtgëbe; oeng. rdgifa; oijsl. râđgjafi. De vorm redge (reddie, redje) is ouder dan redger (redjer), waarvan men geen equivalent in het ogerm. vindt. Verg. voor het jongere er-suffix nnl. herder tegenover mnl. herde

De uitspraak is oudtijds stellig met j en ontwikkelt zich in het gron. tot rijer (zie Ter Laan op dat woord), doch als rechtshistorische term wordt het woord gewoonlijk met g uitgesproken.

Persoon die oudtijds in de Ommelanden, met name in Hunsingo en Fivelgo, belast is met de rechtspraak binnen het gebied van zijn rechtstoel. Men ontleent de bevoegdheid tot het redgerrecht niet aan enig overheidsgezag, doch aan zijn eigen grondbezit: wie een ”heerd” lands in eigendom heeft, d.i. een huis met daarbijbehorende 30 grazen land, is ”klauwgerechtigd” en kan het redgerrecht, als de beurt daartoe volgens het 'klauwregister' voor hem is aangebroken, voor de tijd van een jaar uitoefenen (zie Cleveringa in Gron. Volksalm. 1936, 129 volg.). In het Westerkwartier heet dezelfde ambtsdrager grietman. Sinds de 15de eeuw. komt het voor dat bepaalde personen een aantal redgerrechten opkopen, waardoor het ambt van redger erfelijk wordt in hun families; ten tijde van de Republiek is deze toestand normaal geworden. Zie voor verdere bijzonderheden o.a. Beekman, Dijk- en Waterschapsr. 1356 volg. [1907]

-- Redgerschap, soms ook redschap, mnl. redgeschap.
Het ambt van redger.

2°. Rechtsdistrict van een redger, redgerrecht.
Samenst.-- Redgergericht, hetzelfde als Redgerrecht.

--Redgerrecht.
1°. Gerecht bekleed door een redger.
2°. Het ambt van redger.

  1. 3°. Het recht om redger te zijn.4°. Rechtsdistrict van een redger. Redgerrichter, rechter die redger is, ter onderscheiding van andere soorten van rechters.12. Een onderafdeling van een zijlvest of waterschap.

  2. Foto's: Eigen verzameling. Adres restanten borg Ewsum: Ewsum, Oosterburen 1, 9991 NB Middelstum.
     
    Deze pagina is overgenomen van  www.nazatendevries.nl.