Historische Kring gemeente Leek e.o.

Artikelindex


In de tijd waarin de schans werd aangelegd liep de vaarweg van Enumatil naar Groningen via het Lettelberterdiep naar het Leekstermeer en vandaar verder naar de Poffert en Groningen. Pas in 1616 kwam er een vaarverbinding tussen de Poffert en Enuma-til, het Hoendiep. Vanaf maart/april was de schans van Enumatil als het ware klaar voor gebruik. Er is mij niets bekend over het aantal soldaten dat de schans in die beginjaren bezet hield. Zoals reeds eerder werd geschreven was deze eerste schans te Enumatil uitsluitend opgeworpen om de stad Groningen te beschermen tegen eventuele oprukkende Staatse troepen vanuit b.v. de Bomsterschans. Er gebeurde echter de eerste 7 jaren niets. Wel werd er druk gehandeld via het door de schans gecontroleerde Lettelberterdiep, later Hoendiep. Vanuit de schans hielden de Spaansgezinden dus toezicht op alles wat er vanuit en naar de stad Groningen over het water werd vervoerd. Het waren niet alleen Spaansgezinde schippers die handel dreven maar evengoed Staatsgezinden, de z.g. Lorrendraaiers of smokkelaars. Het waren mensen die helemaal niet Spaansgezind waren maar geld wilden verdienen gewoon handel dreven met de Spanjaarden. Winst was voor hen belangrijker dan vaderlandsliefde.

 

In 1589 wilde Graaf Willem Lodewijk (van Nassau), stadhouder van Friesland en de Groninger Ommelanden, de Spanjaarden aanvallen. Eigenlijk ging het hem om het door de Spanjaarden bezette en versterkte Delfzijl en de daarmee gepaard gaande toegang tot de zee daar ter plaatse. Voordat hij tot de aanval op Delfzijl overging, besloot hij om eerst de door de Spanjaarden opgeworpen en sinds die tijd bezetgehouden schans te Enumatil aan te vallen. Hij vermoedde namelijk dat de Spanjaarden, zodra de schans te Enumatil zou worden aangevallen, versterking uit andere plaatsen waaronder Delfzijl zou gaan halen. Het was dus de bedoeling om de Spanjaarden op een dwaalspoor te brengen om dan zelf Delfzijl op een gemakkelijker manier in handen te krijgen.

Op 10 maart 1589 voer een smokkelschip, een z.g. lorrendraaier, vanuit Friesland richting Groningen. Op zich was dit niets bijzonders. Zoiets kwam regelmatig voor. Men voer via Briltil op Enumatil af, waar dagelijks vele schepen voorbij voeren met proviand en andere waren. Het schip was uitgerust met een z.g. mastkorf en verder was het schip voorzien van 'een schootvrijen Borstweer'. In plaats van handels- of smokkelwaar waren er vele Staatsgezinde soldaten onder leiding van Hopman Gerrit Corneliszoon Schaij in het schip achter de eerdergenoemde schootvrije borstwering en in de mastkorf verstopt. De Spaanse bezetting van de schans, bestaande uit 27 manschappen was zich van geen kwaad, laat staan van een naderend onheil bewust. Het schip naderde de schans en op het laatste moment voer men tegen de wal van de schans aan. Vanuit de mastkorf werd er over de wallen naar binnen geschoten. Tegelijkertijd kwam er vanuit het westen een Staats legeronderdeel uit de Bomsterschans te Niezijl onder leiding van Hopman Michel Hogelcke te voet naar Enumatil. Alle 27 Spaansgezinde verdedigers van de schans vonden hierbij de dood.

{mospagebreak}

De door de Spanjaarden opgeworpen schans te Enumatil bleek eigenlijk een vrij zwakke schans te zijn. Stadhouder Willem Lodewijk liet de schans te Enumatil dan ook versterken. Door zijn eigen soldaten werd in een tijdsbestek van 5 weken een zo goed als nieuwe, nog veel sterkere schans gebouwd. De stad Groningen was helemaal niet blij met een schans te Enumatil, die niet meer in Spaanse maar in Staatse handen was en ook nog eens veel sterker was gemaakt dan voorheen. De stad Groningen gaf dan ook onmiddellijk aan Verdugo de opdracht om tegenmaatregelen te nemen en de schans te Enumatil te heroveren. Voordat hij aan die klus begon gaf Verdugo zijn manschappen de opdracht om naar een van de schansen te gaan die nog aan de 'zeekant' was gelegen, de eerdergenoemde schans De Opslag te Munnekezijl. Deze schans was wel in een erg slechte staat vervallen. Verdugo liet dan ook timmerlui uit de Stad komen en daarnaast gaf hij boeren uit de omgeving de opdracht om het nodige graafwerk te verrichten.

 

Trouwens een geheel andere werkwijze dan Willem Lodewijk, die liet dit soort werkzaamheden niet doen door mensen die hij daarvoor een opdracht gaf. Nee, hij liet dit doen door zijn eigen soldaten, zodat hij er zeker van was dat het goed en snel zou gebeuren. Verdugo wilde met een versterkte schans de Opslag bereiken, dat de schans te Enumatil voortaan niet meer vanaf zee te bereiken was, en zodoende niet langer van proviand of wapentuig kon worden voorzien. Vanaf de andere kant, de kant van de stad Groningen kon dit sowieso niet omdat de stad Groningen in Spaanse handen was.

Toen deze klus er voor Verdugo op zat, trok hij in het voorjaar van 1590 met maar liefst 3500 man voetvolk en 300 ruiters op naar de schans van Enumatil om deze schans terug te veroveren op de Staatsen. Op 15 juni 1590 legert hij zich voor de schans te Enumatil, waar hopman Gerrit Cornelis-zoon Schaij, ook wel Gerrit de Jonge genaamd, dezelfde die in het jaar ervoor via een list (met behulp van het eerder genoemde smokkelschip) de schans op de Spanjaarden had veroverd, het bevel voert over 60 manschappen.

kanon.jpg

Standaardisering van de artillerie met een afbeelding van een 48-ponder zoals die te Enumatil zijn gebruikt. (Deel van afbeelding uit het boek: Vestingen en schansen in Groningen van Jean-Denis Lepage uit 1994.)

 

 

Verdugo brengt 4 kartouwen (kanonnen die kogels van 48 pond konden afschieten) en een slang in stelling. (Vermoedelijk is een slang een soort zigzag gegraven loopgraaf). Omdat de aarden wallen van de schans nog niet zolang geleden waren gemaakt, was de grond nogal rul en ingeklonken en schoten de kanonnen er dwars door heen. Hopman Gerrit Corneliszoon Schaij kon tegen zo'n overmacht geen weerstand bieden en gaf zich dan ook op 20 juni (5 dagen nadat de Spanjaarden de schans waren gaan belegeren) over. Zijn soldaten kregen uit respect voor hun onverschrok-kenheid een vrije aftocht mits ze hun geweren afgaven. Hopman Schaij werd naar de stad Groningen afgevoerd omdat de Spanjaarden dachten dat hij was getipt over de op handen zijnde Spaanse aanval op de schans te Enumatil, hetgeen door Schaij werd ontkend.

Zoals viel te verwachten waren nu de Staatsen weer aan de beurt om de schans te Enumatil op de Spanjaarden te heroveren. De grote aanval van de Staatsen kwam een jaar nadat de Spanjaarden Enumatil weer in hun bezit waren gaan nemen, in 1591. Prins Maurits was Graaf Willem Lodewijk van Nassau te hulp gekomen om voortaan gezamenlijk te strijden tegen de Spaanse overheersers. Van over zee werden kanonnen aangevoerd. Eerst werd Delfzijl op de Spanjaarden terug veroverd en later ook de schans de Opslag te Kommerzijl. Via de Bomsterschans te Niezijl kwamen de Staatse troepen van Prins Maurits en Graaf Willem Lodewijk toen in juli 1591 naar Enumatil. Verdugo had de schans te Enumatil opnieuw versterkt. De wallen van de schans werden door zijn troepen verstevigd en verhoogd en de gracht eromheen werd veel wijder gemaakt. Ook liet hij een 'stacketsel' (een rij van aangepunte houten palen) rondom in de gracht plaatsen. Enumatil was toen de best gefatsoeneerde schans van alle schansen in de Ommelanden.

 

verovering.jpg

 

Hoe de verovering van een schans in zijn werk kon gaan, toont deze tekening uit het boek Vestigingen en Schansen in Groningen, van Jean-Denis Lepage uit 1994.
Let ook op de boomstammen met aangescherpte punt zoals die ook te Enumatil zijn gebruikt.