Historische Kring gemeente Leek e.o.

Artikelindex

 

 
 
De bevelhebber van de Spaanse soldaten in de schans te Enumatil, ene kapitein Hessels uit Gent afkomstig, houdt zich op bevel van Verdugo groot en wil de schans niet een twee drie overgeven, wanneer Prins Maurits de schans bij hem opeist. Volgens kapitein Hessels moest Prins Maurits eerst meer druk op hem en zijn manschappen uitoefenen voordat hij de schans kon opgeven. Nou dat was geen probleem, de Prins liet 12 stukken geschut in stelling brengen en uit ieder kanon werden toen 3 schoten gelost. Nu geven de 230 tot 250 Spanjaarden zich samen met hun kapitein Hessels over aan Prins Maurits. Alle Spaanse soldaten moesten hun geweer en bagage afgeven, behalve de officieren. Dezen mochten hun zijdgeweer houden en verlieten de schans te Enumatil op 11 juli 1591. Vanaf die datum is er geen Spanjaard meer in de schans van Enumatil geweest. Wel ging men gelijk door naar de schans te Lettelbert, die ergens nabij de monding van de Gaaf of Gave en het Lettelberterdiep was gelegen. Nadat ook daar men met wat kanongebulder de Spanjaarden schrik had aangejaagd gaven zij de bezetting van de schans te Lettelbert op.
 

 

 

In het Geuzenliedboek, uitgegeven in 1924, staan enkele liederen die gemaakt zijn door Cornelis van Niervaert, cannonier. De ene op de wijze van Noble Francoys telde maar liefst 160 regels. Voor wat betreft Enumatil (Immetil) genaamd en Lettelbert (Lettenbort genaamd) schrijft hij het volgende:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Wy ginghen ruyt met schip en schuyt
Nae Immetil laveren
Daer maeckten wy een Kaetsbaan vry
Van twaelf schoone partueren
Ballen op d 'zij, fijn cruyt daer by
Dat moesten sy besueren
Papou rebel, verloor het spel
Doen zijn wy voort ghestreken
Lettenbort snel, verloor het spel
Maer is met schand gheweken

 
Etc. etc.

 

Het andere lied bestaande uit 97 regels vertelt over Enumatil en Lettelbert op de wijze van: Den lustelicken Mey is nu inden tijt het volgende:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 Doen trocken wy oock voor Immetil
Die en wilden haer niet opgheven
Maer mosten noch wel na onsen wil
Bidden om lijf en leven
Daer wasser wel twee hondert straf *
Tgheweer mosten sy legghen af
Ter beliefte van Orangien
Spijt alle die van Spaengien
Noch een schans quamen wy te kort
Doen wy uut Vrielandt scheyden
Die was gheheelen Lettenbort
Daer wy oock t net nae spreydden
Wy schoncken haer loot ende cruyt
Solang dat sy daer mosten uut
Doen hebben wy vol vromen
Aen Vrieslandt adieu ghenomen

 
 
*( straf betekent hier ruim)
Willem Lodewijk was er na de veroveringen van de schansen een voorstander van om deze te laten slechten maar Prins Maurits wilde de schansen voortaan liever laten openliggen, wat betekende dat de grote houten toegangsdeuren er uit werden gehaald en de rest gewoon in tact bleef. Uiteindelijk is de schans van Enumatil geslecht. De strategische waarde van Enumatil bleef vele jaren bestaan. In 1744, ruim 150 jaar later, werd er vanwege een dreigende oorlog, een tekening ingediend bij de Staten van Groningen van een nieuwe en veel grotere schans te Enumatil aan de oostzijde van het Hoendiep. Tot uitvoering hiervan is het nooit gekomen.

 

 

tekeningSchans.png

Sterk verkleinde tekening uit 1744 (Plan van Ematil) van de schans ten oosten van het Hoendiep. (Klikken voor een vergroting)

Van de schans zijn alleen op luchtfoto's de omtrekken nog vaag zichtbaar. Weinig tastbaars is er overgebleven uit een roemrucht verleden. In of kort na de tweede wereldoorlog is door wijlen dhr. E. Kootstra te Enumatil achter de kosterswoning naast de Vrijgemaakte kerk in de sloot daarachter, die vermoedelijk eens de vroegere gracht vormde rondom de schans, een deel van een musketgeweer gevonden.


 
Omstreeks 1925 werden bij de bouw van een woning, achter café Otter, een drietal skeletten en een geglazuurde pot met een doorsnede van 50 cm. gevonden. Uit onderzoek bleek dat deze plek eens als een soort begraafplaats heeft gediend. Vele jaren ervoor vonden arbeiders bij opgravingen op bijna dezelfde plaats negen skeletten, een urn en een aantal munten. Uit de vorm en grootte van de beenderen bleek dat het hier ging om forse jongemannen. Ook kon worden vastgesteld dat de skeletten dateerden uit die tijd.

 

 

Beckeringh.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fragment van de kaart van Theodorus Beckeringh uit 1781. Bij de weg van Pasop naar Faan staat geschreven 'Oud Schansje'. Kennelijk is de schans naar het noorden 'afgedreven'.

 
 

Zelf ben ik in het bezit van een groot bot, het bovenbeen, van een van de eerdergenoemde skeletten. Ook ben ik in het bezit van een zwaard dat op nagenoeg dezelfde plek is gevonden. Voor mij is het nog wel de vraag of de skeletten en andere attributen uit die jaren zijn, of dat het overblijfselen zijn van gesneuvelden uit het jaar 1672 toen er op 13 juli van dat jaar bij de brug te Enumatil een hevige strijd is geweest tussen de soldaten en volgelingen van Christoffel Barend van Galen, de bisschop van Munster (in de volksmond Bommen Berend) en een troep boeren van maar liefst 2000 man, die vanuit Groningen een doorbraak bij de brug van Enumatil moesten trachten te voorkomen. Vanwege de schrik voor de overmacht van Bommen Berend en zijn makkers sloegen de boeren toen op de vlucht.

 

 

Bronnen:

 

Van de voornaamste geschiedenissen in de Nederlanden, boek VIII, door Van Reyd, 1659.

 

Tegenwoordige Staat der Nederlanden, deel XX, Stad en Lande, 1793

 

Gedenkboek der Reductie van Groningen in 1594, 1894

 

Voor Vrijheidt ende Vaderlandt, Stad en Lande in 1672, door Dr. J.S. Theissen, 1922

 

Het Geuzenliedboek, door Dr. E.T. Kuiper, 1924

 

Geschiedenis van Vredewold, door J. Sijbolts, 1957

 

Tussen Hunze en Lauwers door G.H. Ligterink, 1967

 

De Groninger Schansenkrijg, door Dr. G.H. Overdiep, 1970

 

Rond Terpen en Brinken, uitg. Bronsema, 1981

 

Leekster Schans, Schakel in een keten, door G. Hadders, 1992

Vestingen en schansen in Groningen, door Jean-Denis Lepage, 1994