Historische Kring gemeente Leek e.o.

Artikelindex

Geschiedenis van de Schans te Enumatil - Hans Top

 Historisch Leek 16-2, maart 2002

 

Eemetil.jpgVelen van ons weten nog wel dat de 80-jarige oorlog heeft geduurd van 1568 tot 1648. Het was in die tijd dat er te Enumatil en andere plaatsen in het Groningerland een aantal schansen werd aangelegd ter verdediging van land- of waterwegen. Het is van belang om te weten dat de 80-jarige oorlog niet hoeft te betekenen dat het gehele grondgebied van het toenmalige Nederland ook werkelijk 80 jaren lang onder Spaans toezicht was gesteld. In sommige delen van het land betekende dit dat er slechts gedurende enkele jaren sprake was van een Spaanse overheersing. De 80-jarige oorlog speelde zich in dit deel van het Westerkwartier dan ook in hoofdzaak af in de jaren tussen 1579 en 1594.
Soms kwam het zeewater bij zware stormen tot aan Enumatil. Langs Enumatil liep in die jaren al een kanaal, een diep. Om precies te zijn het Lettelberterdiep, zoals het toen nog werd genoemd voordat het de naam Hoendiep kreeg. Enumatil lag aan de vaarweg van Groningen naar Friesland en was dus van strategisch belang.


GoogleMapEnumatil.jpg

 

 

 

Luchtfoto (GoogleMaps) uit 2007, met de gemarkeerde contouren van de schans


Schansen maakten destijds onderdeel uit van de tactiek van systematische afsluiting van land- en waterwegen. Een schans ontleende vaak zijn kracht aan het feit dat er meerdere waren opgeworpen in een soort rij of keten van schansen waarmee men de toevoer van en naar andere plaatsen kon regelen. Belangrijke schansen in die tijd waren er te Niezijl (de Bomsterschans genaamd) en richting Kommerzijl (de Opslag genaamd). Verder waren er twee schansen te Leek (de Leekster- en de Wolveschans), de Zwartendijksterschans te Een en een klein schansje te Lettelbert. De kosten voor het maken van een schans, en daarnaast ook de kosten voor een permanente bezetting ervan door grote groepen soldaten, waren erg hoog. De bewoners van de Ommelanden moesten dan ook diep in hun buidel tasten. Men moest zelfs de gouden en zilveren voorwerpen inleveren en er werden net als later in de tweede wereldoorlog kerkklokken ingeleverd om te worden omgesmolten tot kanonslopen. Voor de schans te Enumatil, die samen met het kleinere schansje te Lettelbert vanaf 6 oktober 1587 tot 1 oktober 1594 met een zekere regelmaat door soldaten werd bezet, bedroegen de kosten in totaal 25041 ponden, 8 schellingen en 8 penningen.

schetsSchans.jpg

 

Schets van de Schans, uit `Vestigingen en Schansen in Groningen', door Jean Denis le Page uit 1994

 
{mospagebreak}
 
 
De schans te Enumatil was gelegen aan de westzijde van het Hoendiep. Het grensde aan de noordzijde tot aan de weilanden achter de gereformeerde kerk. Aan de zuidzijde grensde het aan de huidige speelweide en de oostzijde liep ongeveer parallel aan de huidige straat die De Klap heetDeOudeSchans.jpg.
In het boek Tussen Hunze en Lauwers lezen we over de plaats van de schans: Het schansterrein behoort niet meer tot Faan maar aan het karspel Zuidhorn. De heerd waarin het was gelegen behoorde aan het Kuzemer klooster. Dit is zeer waarschijnlijk de latere boerderij van de familie Leuring, thans de plek waar de familie Oosterhuis woont. (inmiddels woont hier de familie Boer-Knol , red) Verder lezen we in eerdergenoemd boek dat de schans van Enumatil een van de belangrijkste sperforten rondom de stad Groningen was. De schans te Niezijl, de Bomsterschans, was sinds1581 in handen van de z.g. Staatsen, dat waren degenen die tegen de Spanjaarden vochten. De stad Groningen was in handen van de Spanjaarden. Dezen zagen de Bomsterschans te Niezijl als een aanzienlijke bedreiging. De Stad-Groningers vroegen aan de Spaanse Francisco de Verdugo om de Bomsterschans te Niezijl te veroveren. Verdugo achtte zich daartoe niet in staat en besloot toen om te Enumatil een schans aan te leggen (tussen de stad Groningen en de Bomsterschans te Niezijl in zodat de weg over het water weer onder Spaanse controle stond) om zo de macht van de Bomsterschans in te dammen.

 

Zoals in de tweede wereldoorlog een groot aantal Nederlanders kozen voor de Duitse bezetters (NSB-ers) waren er in de 80-jarige oorlog ook Nederlanders die de kant van de Spanjaarden kozen. Als we spreken over de Spanjaarden of Spaansgezinde troepen dan moeten we niet denken dat dit ook echt allemaal Spanjaarden waren, maar evengoed waren er Nederlanders die zich bij hen aansloten. Wat niet echt duidelijk is, is het feit of er ten tijde van de aanleg van de schans in maart en april 1582 al sprake was van bebouwing te Enumatil. Sommige 'kenners' menen van niet. In Tussen Hunze en Lauwers lezen we dat de schans bij de molenberg te Enumatil lag. De brug te Enumatil werd omstreeks 1445 aangelegd. Het is dan ook maar de vraag of er bij een brug over een niet onbelangrijk vaarwater en tevens een kruispunt van landwegen in die tijd geen huis of huizen waren gebouwd.

Op de kaart van Bartholdus Wicheringe uit 1616 zien we bij Enumatil een molen afgebeeld. Op een kaart uit 1646 staat er ter hoogte van Enumatil een fraaie standerd-molen afgebeeld met enige bebouwing. Ook was er te Enumatil in 1599 al sprake van de stichting van een school met als eerste schoolmeester ene Harmen Hindricks! We zullen er dan ook wel niet achter kunnen komen hoe de situatie werkelijk was ten tijde van de aanleg van de schans in 1582.

 

kaartVan Wicheringe.jpg

Fragment van de kaart van Wicheringe uit 1616, 25 jaar na de laatste schermutselingen bij de schans te Enumatil. Alhoewel er niets wordt ingetekend van een schans, staan er wel een brug en een molen op afgebeeld.



In de tijd waarin de schans werd aangelegd liep de vaarweg van Enumatil naar Groningen via het Lettelberterdiep naar het Leekstermeer en vandaar verder naar de Poffert en Groningen. Pas in 1616 kwam er een vaarverbinding tussen de Poffert en Enuma-til, het Hoendiep. Vanaf maart/april was de schans van Enumatil als het ware klaar voor gebruik. Er is mij niets bekend over het aantal soldaten dat de schans in die beginjaren bezet hield. Zoals reeds eerder werd geschreven was deze eerste schans te Enumatil uitsluitend opgeworpen om de stad Groningen te beschermen tegen eventuele oprukkende Staatse troepen vanuit b.v. de Bomsterschans. Er gebeurde echter de eerste 7 jaren niets. Wel werd er druk gehandeld via het door de schans gecontroleerde Lettelberterdiep, later Hoendiep. Vanuit de schans hielden de Spaansgezinden dus toezicht op alles wat er vanuit en naar de stad Groningen over het water werd vervoerd. Het waren niet alleen Spaansgezinde schippers die handel dreven maar evengoed Staatsgezinden, de z.g. Lorrendraaiers of smokkelaars. Het waren mensen die helemaal niet Spaansgezind waren maar geld wilden verdienen gewoon handel dreven met de Spanjaarden. Winst was voor hen belangrijker dan vaderlandsliefde.

 

In 1589 wilde Graaf Willem Lodewijk (van Nassau), stadhouder van Friesland en de Groninger Ommelanden, de Spanjaarden aanvallen. Eigenlijk ging het hem om het door de Spanjaarden bezette en versterkte Delfzijl en de daarmee gepaard gaande toegang tot de zee daar ter plaatse. Voordat hij tot de aanval op Delfzijl overging, besloot hij om eerst de door de Spanjaarden opgeworpen en sinds die tijd bezetgehouden schans te Enumatil aan te vallen. Hij vermoedde namelijk dat de Spanjaarden, zodra de schans te Enumatil zou worden aangevallen, versterking uit andere plaatsen waaronder Delfzijl zou gaan halen. Het was dus de bedoeling om de Spanjaarden op een dwaalspoor te brengen om dan zelf Delfzijl op een gemakkelijker manier in handen te krijgen.

Op 10 maart 1589 voer een smokkelschip, een z.g. lorrendraaier, vanuit Friesland richting Groningen. Op zich was dit niets bijzonders. Zoiets kwam regelmatig voor. Men voer via Briltil op Enumatil af, waar dagelijks vele schepen voorbij voeren met proviand en andere waren. Het schip was uitgerust met een z.g. mastkorf en verder was het schip voorzien van 'een schootvrijen Borstweer'. In plaats van handels- of smokkelwaar waren er vele Staatsgezinde soldaten onder leiding van Hopman Gerrit Corneliszoon Schaij in het schip achter de eerdergenoemde schootvrije borstwering en in de mastkorf verstopt. De Spaanse bezetting van de schans, bestaande uit 27 manschappen was zich van geen kwaad, laat staan van een naderend onheil bewust. Het schip naderde de schans en op het laatste moment voer men tegen de wal van de schans aan. Vanuit de mastkorf werd er over de wallen naar binnen geschoten. Tegelijkertijd kwam er vanuit het westen een Staats legeronderdeel uit de Bomsterschans te Niezijl onder leiding van Hopman Michel Hogelcke te voet naar Enumatil. Alle 27 Spaansgezinde verdedigers van de schans vonden hierbij de dood.

{mospagebreak}

De door de Spanjaarden opgeworpen schans te Enumatil bleek eigenlijk een vrij zwakke schans te zijn. Stadhouder Willem Lodewijk liet de schans te Enumatil dan ook versterken. Door zijn eigen soldaten werd in een tijdsbestek van 5 weken een zo goed als nieuwe, nog veel sterkere schans gebouwd. De stad Groningen was helemaal niet blij met een schans te Enumatil, die niet meer in Spaanse maar in Staatse handen was en ook nog eens veel sterker was gemaakt dan voorheen. De stad Groningen gaf dan ook onmiddellijk aan Verdugo de opdracht om tegenmaatregelen te nemen en de schans te Enumatil te heroveren. Voordat hij aan die klus begon gaf Verdugo zijn manschappen de opdracht om naar een van de schansen te gaan die nog aan de 'zeekant' was gelegen, de eerdergenoemde schans De Opslag te Munnekezijl. Deze schans was wel in een erg slechte staat vervallen. Verdugo liet dan ook timmerlui uit de Stad komen en daarnaast gaf hij boeren uit de omgeving de opdracht om het nodige graafwerk te verrichten.

 

Trouwens een geheel andere werkwijze dan Willem Lodewijk, die liet dit soort werkzaamheden niet doen door mensen die hij daarvoor een opdracht gaf. Nee, hij liet dit doen door zijn eigen soldaten, zodat hij er zeker van was dat het goed en snel zou gebeuren. Verdugo wilde met een versterkte schans de Opslag bereiken, dat de schans te Enumatil voortaan niet meer vanaf zee te bereiken was, en zodoende niet langer van proviand of wapentuig kon worden voorzien. Vanaf de andere kant, de kant van de stad Groningen kon dit sowieso niet omdat de stad Groningen in Spaanse handen was.

Toen deze klus er voor Verdugo op zat, trok hij in het voorjaar van 1590 met maar liefst 3500 man voetvolk en 300 ruiters op naar de schans van Enumatil om deze schans terug te veroveren op de Staatsen. Op 15 juni 1590 legert hij zich voor de schans te Enumatil, waar hopman Gerrit Cornelis-zoon Schaij, ook wel Gerrit de Jonge genaamd, dezelfde die in het jaar ervoor via een list (met behulp van het eerder genoemde smokkelschip) de schans op de Spanjaarden had veroverd, het bevel voert over 60 manschappen.

kanon.jpg

Standaardisering van de artillerie met een afbeelding van een 48-ponder zoals die te Enumatil zijn gebruikt. (Deel van afbeelding uit het boek: Vestingen en schansen in Groningen van Jean-Denis Lepage uit 1994.)

 

 

Verdugo brengt 4 kartouwen (kanonnen die kogels van 48 pond konden afschieten) en een slang in stelling. (Vermoedelijk is een slang een soort zigzag gegraven loopgraaf). Omdat de aarden wallen van de schans nog niet zolang geleden waren gemaakt, was de grond nogal rul en ingeklonken en schoten de kanonnen er dwars door heen. Hopman Gerrit Corneliszoon Schaij kon tegen zo'n overmacht geen weerstand bieden en gaf zich dan ook op 20 juni (5 dagen nadat de Spanjaarden de schans waren gaan belegeren) over. Zijn soldaten kregen uit respect voor hun onverschrok-kenheid een vrije aftocht mits ze hun geweren afgaven. Hopman Schaij werd naar de stad Groningen afgevoerd omdat de Spanjaarden dachten dat hij was getipt over de op handen zijnde Spaanse aanval op de schans te Enumatil, hetgeen door Schaij werd ontkend.

Zoals viel te verwachten waren nu de Staatsen weer aan de beurt om de schans te Enumatil op de Spanjaarden te heroveren. De grote aanval van de Staatsen kwam een jaar nadat de Spanjaarden Enumatil weer in hun bezit waren gaan nemen, in 1591. Prins Maurits was Graaf Willem Lodewijk van Nassau te hulp gekomen om voortaan gezamenlijk te strijden tegen de Spaanse overheersers. Van over zee werden kanonnen aangevoerd. Eerst werd Delfzijl op de Spanjaarden terug veroverd en later ook de schans de Opslag te Kommerzijl. Via de Bomsterschans te Niezijl kwamen de Staatse troepen van Prins Maurits en Graaf Willem Lodewijk toen in juli 1591 naar Enumatil. Verdugo had de schans te Enumatil opnieuw versterkt. De wallen van de schans werden door zijn troepen verstevigd en verhoogd en de gracht eromheen werd veel wijder gemaakt. Ook liet hij een 'stacketsel' (een rij van aangepunte houten palen) rondom in de gracht plaatsen. Enumatil was toen de best gefatsoeneerde schans van alle schansen in de Ommelanden.

 

verovering.jpg

 

Hoe de verovering van een schans in zijn werk kon gaan, toont deze tekening uit het boek Vestigingen en Schansen in Groningen, van Jean-Denis Lepage uit 1994.
Let ook op de boomstammen met aangescherpte punt zoals die ook te Enumatil zijn gebruikt.

 

 

 
 
De bevelhebber van de Spaanse soldaten in de schans te Enumatil, ene kapitein Hessels uit Gent afkomstig, houdt zich op bevel van Verdugo groot en wil de schans niet een twee drie overgeven, wanneer Prins Maurits de schans bij hem opeist. Volgens kapitein Hessels moest Prins Maurits eerst meer druk op hem en zijn manschappen uitoefenen voordat hij de schans kon opgeven. Nou dat was geen probleem, de Prins liet 12 stukken geschut in stelling brengen en uit ieder kanon werden toen 3 schoten gelost. Nu geven de 230 tot 250 Spanjaarden zich samen met hun kapitein Hessels over aan Prins Maurits. Alle Spaanse soldaten moesten hun geweer en bagage afgeven, behalve de officieren. Dezen mochten hun zijdgeweer houden en verlieten de schans te Enumatil op 11 juli 1591. Vanaf die datum is er geen Spanjaard meer in de schans van Enumatil geweest. Wel ging men gelijk door naar de schans te Lettelbert, die ergens nabij de monding van de Gaaf of Gave en het Lettelberterdiep was gelegen. Nadat ook daar men met wat kanongebulder de Spanjaarden schrik had aangejaagd gaven zij de bezetting van de schans te Lettelbert op.
 

 

 

In het Geuzenliedboek, uitgegeven in 1924, staan enkele liederen die gemaakt zijn door Cornelis van Niervaert, cannonier. De ene op de wijze van Noble Francoys telde maar liefst 160 regels. Voor wat betreft Enumatil (Immetil) genaamd en Lettelbert (Lettenbort genaamd) schrijft hij het volgende:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Wy ginghen ruyt met schip en schuyt
Nae Immetil laveren
Daer maeckten wy een Kaetsbaan vry
Van twaelf schoone partueren
Ballen op d 'zij, fijn cruyt daer by
Dat moesten sy besueren
Papou rebel, verloor het spel
Doen zijn wy voort ghestreken
Lettenbort snel, verloor het spel
Maer is met schand gheweken

 
Etc. etc.

 

Het andere lied bestaande uit 97 regels vertelt over Enumatil en Lettelbert op de wijze van: Den lustelicken Mey is nu inden tijt het volgende:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 Doen trocken wy oock voor Immetil
Die en wilden haer niet opgheven
Maer mosten noch wel na onsen wil
Bidden om lijf en leven
Daer wasser wel twee hondert straf *
Tgheweer mosten sy legghen af
Ter beliefte van Orangien
Spijt alle die van Spaengien
Noch een schans quamen wy te kort
Doen wy uut Vrielandt scheyden
Die was gheheelen Lettenbort
Daer wy oock t net nae spreydden
Wy schoncken haer loot ende cruyt
Solang dat sy daer mosten uut
Doen hebben wy vol vromen
Aen Vrieslandt adieu ghenomen

 
 
*( straf betekent hier ruim)
Willem Lodewijk was er na de veroveringen van de schansen een voorstander van om deze te laten slechten maar Prins Maurits wilde de schansen voortaan liever laten openliggen, wat betekende dat de grote houten toegangsdeuren er uit werden gehaald en de rest gewoon in tact bleef. Uiteindelijk is de schans van Enumatil geslecht. De strategische waarde van Enumatil bleef vele jaren bestaan. In 1744, ruim 150 jaar later, werd er vanwege een dreigende oorlog, een tekening ingediend bij de Staten van Groningen van een nieuwe en veel grotere schans te Enumatil aan de oostzijde van het Hoendiep. Tot uitvoering hiervan is het nooit gekomen.

 

 

tekeningSchans.png

Sterk verkleinde tekening uit 1744 (Plan van Ematil) van de schans ten oosten van het Hoendiep. (Klikken voor een vergroting)

Van de schans zijn alleen op luchtfoto's de omtrekken nog vaag zichtbaar. Weinig tastbaars is er overgebleven uit een roemrucht verleden. In of kort na de tweede wereldoorlog is door wijlen dhr. E. Kootstra te Enumatil achter de kosterswoning naast de Vrijgemaakte kerk in de sloot daarachter, die vermoedelijk eens de vroegere gracht vormde rondom de schans, een deel van een musketgeweer gevonden.


 
Omstreeks 1925 werden bij de bouw van een woning, achter café Otter, een drietal skeletten en een geglazuurde pot met een doorsnede van 50 cm. gevonden. Uit onderzoek bleek dat deze plek eens als een soort begraafplaats heeft gediend. Vele jaren ervoor vonden arbeiders bij opgravingen op bijna dezelfde plaats negen skeletten, een urn en een aantal munten. Uit de vorm en grootte van de beenderen bleek dat het hier ging om forse jongemannen. Ook kon worden vastgesteld dat de skeletten dateerden uit die tijd.

 

 

Beckeringh.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fragment van de kaart van Theodorus Beckeringh uit 1781. Bij de weg van Pasop naar Faan staat geschreven 'Oud Schansje'. Kennelijk is de schans naar het noorden 'afgedreven'.

 
 

Zelf ben ik in het bezit van een groot bot, het bovenbeen, van een van de eerdergenoemde skeletten. Ook ben ik in het bezit van een zwaard dat op nagenoeg dezelfde plek is gevonden. Voor mij is het nog wel de vraag of de skeletten en andere attributen uit die jaren zijn, of dat het overblijfselen zijn van gesneuvelden uit het jaar 1672 toen er op 13 juli van dat jaar bij de brug te Enumatil een hevige strijd is geweest tussen de soldaten en volgelingen van Christoffel Barend van Galen, de bisschop van Munster (in de volksmond Bommen Berend) en een troep boeren van maar liefst 2000 man, die vanuit Groningen een doorbraak bij de brug van Enumatil moesten trachten te voorkomen. Vanwege de schrik voor de overmacht van Bommen Berend en zijn makkers sloegen de boeren toen op de vlucht.

 

 

Bronnen:

 

Van de voornaamste geschiedenissen in de Nederlanden, boek VIII, door Van Reyd, 1659.

 

Tegenwoordige Staat der Nederlanden, deel XX, Stad en Lande, 1793

 

Gedenkboek der Reductie van Groningen in 1594, 1894

 

Voor Vrijheidt ende Vaderlandt, Stad en Lande in 1672, door Dr. J.S. Theissen, 1922

 

Het Geuzenliedboek, door Dr. E.T. Kuiper, 1924

 

Geschiedenis van Vredewold, door J. Sijbolts, 1957

 

Tussen Hunze en Lauwers door G.H. Ligterink, 1967

 

De Groninger Schansenkrijg, door Dr. G.H. Overdiep, 1970

 

Rond Terpen en Brinken, uitg. Bronsema, 1981

 

Leekster Schans, Schakel in een keten, door G. Hadders, 1992

Vestingen en schansen in Groningen, door Jean-Denis Lepage, 1994