Historische Kring gemeente Leek e.o.

 

artikel van de week:

Geschiedenis van de molens van Enumatil Korenmolen

molenMolen 1

In het verleden hebben diverse koren-, olie-, pel- en houtzaagmolens in het dorp gestaan ; de oudste molen dateert uit de 17e eeuw. Het was een standerdmolen die op de toenmalige Schans stond.

Op 25-06-1628 moest deze molen op last van de provincie worden afgebroken.De reden hiervoor was dat er in de provincie te veel korenmolens stonden en dat er vanaf die tijd belasting moest worden betaald op het gemaal. Daarom werd het aantal molens gemakshalve verminderd, om de controle te vereenvoudigen. Bij elke molen moest op last van de provincie een sarrieshut worden gebouwd.
standermolen.jpg


Rechts: standerdmolen op een plaat van Isings

Deze huisjes werden vanaf 1628 gebouwd, als woning van de chercher, een ambtenaar, aangesteld door de Staten van de provincie Groningen (Stad en Lande), die belast was met de controle op de belasting. Deze belasting was een 'recht' dat geheven werd op het bij de molenaar ter vermaling aangevoerde graan.
Het woord chercher is afgeleid van het oud-franse woord sarchier, hetgeen belasten betekent. Het huidige woord chercher betekent zoeken, opzoeken; (af-, op)halen; het woord chercheur betekent (onder)zoeker, vorser. In Groningen werd de naam verbasterd tot ´sarries´ en de cherchershut tot ´sarrieshut´.
Om voldoende geld binnen te krijgen voor de strijd tegen Spanje, werd deze belasting in het begin van de 80-jarige oorlog ingevoerd. Maar ook daarna werd deze belasting gehandhaafd en uiteindelijk pas afgeschaft in 1855, vier jaar na de invoering van de gemeentewet in 1851.


Molen 2 koopaktedeVriendschap

Aan het begin van de 19-de eeuw,  rond 1825, woonde de familie Switters in het hoekhuis bij de brug, waar 150 jaar later de familie Pruis woonde. Egbert Harms Switters was schipper, landbouwer, later ook  bakker en kastelein.
Switters, die eerst in Appingedam woonde, kocht in 1815 in Groningen een tjalkschip bij de scheepstimmerman Klaas Sipkes de Vries, voor 2000 gulden. De koopakte staat hiernaast (klik). Switters  was  gehuwd met Reinje Lamberts Krijthe. Hun zoon Egbert
werd op 14 september 1823  geboren a/b van dit tjalkschip De Vriendschap, op het wad onder Norderney. De aangifte gebeurde pas op 12 jan 1824. Als geboorteplaats werd Groningen genoteerd. De geboorteakte staat hieronder. (klik)

geboortakteEgbertSwittersGemakkelijk was het in die tijd niet om bakker te zijn in Enumatil.  Switters schrijft een brief dat het eigenlijk niet te doenis om helemaal naar Midwolde te gaan, om precies te zijn, halverwege Nienoord, om zijn graan te laten malen aangezien er te Enumatil geen molen is. Maar ook in dit verband geldt dat in ieder geval de ambtelijke molens bijzonder langzaam malen! Bakker Switters heeft het dan ook niet meer mee mogen maken dat er te Enumatil een molen werd gebouwd, want in 1830 komt hij te overlijden. In februari 1831 staat de volgende advertentie  in de krant:

 verkoopDeVriendschapZijn vrouw Reinje hertrouwt met de 21 jaar jongere  Pieter Hendrikus Nanninga, steen- en houtkoper, afkomstig van Zuidhorn. Begin 1832 verstuurt Pieter Nanninga een aanvraag tot het stichten van een molen en wel aan de zuidzijde.

Op 28-08-1832 werd een vergunning afgegeven voor een bovenkruier die 100 meter ten oosten van de brug over het Hoendiep, ten zuiden van de Westerdijk mocht worden gebouwd. Eigenaars van deze molen, Windlust genaamd, waren Pieter Hendrikus Nanninga en R. Lammerts. Het was een roggemolen. In 1833 werd deze molen verbouwd tot pelmolen. Vanaf 1845 werd de zoon van Reinje Lamberts Krijthe, Egbert Egberts Switters (die op het Tjalkschip de Vriendschap geboren was)  de nieuwe molenaar. Veel geluk heeft hij er niet mee gehad want op 25 oktober 1847, twee jaar later dus, werd de molen door brand totaal verwoest.
Switters ligt begraven op het kerkhof in Lettelbert; op zijn grafsteen, gedateerd in 1853, staat een molen afgebeeld; zie verderop bij molen 6.


Molen 3
Deze molen stond aan het Hoendiep, iets ten noorden van de brug (achter het huidige pand Molenpad 2). Op 06-07-1834 kreeg Kornelis Willem Hofman, gehuwd met Geertruida Alles van Looyen de dochter van  de plaatselijke schoenmaker Alle van Looijen , een vergunning voor een pelmolen, later ook korenmolen. De achtkant was met riet bedekt, de onderbouw was van steen opgetrokken.
In 1869 werd J. Boerma eigenaar. Toen werd deze molen 15 voet (= 4,5 meter) omhoog gebracht. Dit deed men wel vaker. De molen kon dan meer wind vangen en werd daardoor krachtiger.
In 1896 werd Kornelis Rienks Dijkstra eigenaar (de overgrootvader van de tot voor kort in Enumatil woonachtige gebroeders Vink).Hij was getrouwd met Geertruida Willems Hofman, de zuster van bovengenoemde K. W. Hofman.  Op 4 augustus 1906 is de molen afgebrand. Tijdens deze brand gingen ook het woon-winkelhuis, bewoond door de familie Bousema (eigenaar Steenhuizen), en het woonhuis van dhr. Vink gedeeltelijk verloren.

Het NIEUWSBLAD VAN HET NOORDEN besteedde dezelfde dag nog aandacht aan de brand: