Historische Kring gemeente Leek e.o.

Artikelindex


Molen 4
huis3.jpg
molenpad18










linker foto tussen 1897 en1905, rechter foto 2016


Deze molen, met de daarbij behorende molenaarswoning en - waarschijnlijk dubbele - arbeiderswoning stond aan het Hoendiep, 200 meter ten noorden van de brug (ten noorden van de woning  Molenpad 18).
Op 13-05-1845 werd aan Kornelis  Willem Hofman (tevens al eigenaar van molen 3) een vergunning afgegeven voor een oliemolen, een achtkante bovenkruier met stelling. In 1847 werd deze molen verbouwd tot pel- en roggemolen. Hofman overleed in 1860 op 86-jarige leeftijd. Zijn zoon Willem Kornelisz. Hofman trouwde in 1872 met Fokkeltje Aalfs; het echtpaar nam toen de molen over. In 1895 werd hij zelfzwichtend (met de wind meedraaiend) gemaakt. Maar Hofman had meer plannen. Hij liet door aannemer Nannenga een stoomolieslagerij en lijnkoekfabriek bouwen! In het Nieuwsblad van het Noorden van 5 septermber 1897 werd de voltooiïng van de olieslagerij aangekondigd.
Hofman begon een een fabriek van raap- en lijnoliekoeken.  De molenkap werd verkocht naar Peize - en is daar gebruikt voor de bouw van de Peizer molen. Op de foto is de stoompijp te zien, terwijl de molenkap  verwijderd is. Vanaf die tijd verschijnen er advertenties in de regionale bladen waarin Hofman zijn producten aanbeveelt.

advertentiesNvhN-1897-09-05



Restanten van de vloer van de olieslagerij  en enkele (olie?)kelders zijn nog in de grond aanwezig.
Helaas heeft Hofman niet lang van zijn nieuwe onderneming kunnen profiteren. In februari 1905 ging de hele fabriek inclusief het woonhuis, in vlammen op.
NvhN-1905-02-17
 Nieuwsblad, 17 februari 1905
 
Twee maanden later werden de restanten van de afgebrande olieslagerij  en het woonhuis, en de niet afgebrande dubbele woning (nu Molenpad 18) verkocht.
Willem Kornelis Hofman vertrok naar Midlaren. Omstreeks 1915 bouwde de familie Hofman een nieuwe olieslagerij aan het Hoendiep te Halfweg- Hoogkerk, op de plaats van wat nu (2014) Hoendiep 135 is.
NvhN-1905-04-06
Nieuwsblad 6 april 1905
 
Er waren wel vaker  tegenslagen voor  de molenaars in Enumatil geweest: in de nacht van 5 op 6 februari 1863 raast er een zware storm over Enumatil en de rest van het Westerkwartier.
"Te Enumatil en omstreken woedde het onweder verschrikkelijk. De zwaar beladen wolken werden met vreeselijke snelheid van de verschillende luchtstreken met geweld tegen elkander gedreven, daarbij ontlastte zich het onweder. onder bliksemstralen en donder, door eene hevige hagelbui en regen. Een dwarrelende stormwind maakte een gedruisch, waardoor het ratelen des donders niet geheel gehoord kon worden. De pel- en oliemolen van den heer K.W. Hofman te Enumatil, werd door dit onweder zeer zwaar beschadigd. Bijna de geheele kap met zwikstelling, wieken en as zijn naar beneden gestort en voor een groot gedeelte verpletterd, Stukken hout waren een groot eind weggeslingerd. De schade, hierdoor veroorzaakt, is zeer aanzienlijk. Mensenlevens heeft men gelukkig bij dit ongeval niet te betreuren. Ook de zwikstelling van den molen van den heer F. Wessels te Enumatil is zwaar geteisterd door dit onweder. Nog is hier vele schade ontstaan door het afwaaijen van schoorsteenen en dakpannen".
Aldus het 'live-verslag' uit die tijd. Het betreft  hier waarschijnlijk molen  4, dat was een oliemolen.

schilderij.jpg

Schilderij van Hoendiep westzijde, met de oliemolen naast Molenpad 18. Gemaakt tussen 1897 en 1900. Opmerkelijk is dat de molen Ebenhaezer hier niet op voorkomt.
Op de achterzijde schreef P. Hofman:
Mijn geboorteplaats. Olie en pelmolen, staande aan het Hoendiep te Enumatil. Opgericht door Kornelis Hofman Wzn. en Geertruida Alles van Looyen omstreeks 1834. Later bij hun huwelijk in 1872 overgenomen door hun zoon Willem Hofman Kzn. en Fokeltje Aalfs, in 1905 afgebrand en niet herbouwd.

De schilder was hoogstwaarschijnlijk Pieter Hofman, een zoon van K.W. Hofman en geboren in 1878.


Molen 5VergunningMolenbouw.png
"Gelezen een extract uit het register der resolutien van den Heere Minister van Financien van de 27 november 1845 no 119 (Afdeling Accynzen) waarbij aan Pieter Nanninga  hout- en steenkoper wonende te Enumatil gemeente Leek uit krachte van 'Konings daartoe verstrekte qualificatie onder de daartoe gestelde voorwaarden, vergunning wordt verleend, om overeenkomstig deszelfs verzoek een pelmolen op te rigten achter zijne behuizinge op het perceel Sectie A, Nr. 503 te Enumatil" .
Zo kreeg Pieter Nanninga vergunning voor het bouwen van zijn molen.
De plaats is ongeveer 100 meter ten zuiden van de brug, naast het laatste huis. De molen was een z.g. achtkante bovenkruier op schuur. De molen diende "op eene afstand van 8 Nederlandse roeden van de weg naar de Zandhoogte (nu: Dorpsstraat) en op een afstand van 4 Nederlandse roeden van den puinweg naar Stroobos (Hoendiep) te staan. Verder diende de molen met hout of eene andere harde specie en - niet -met riet of stroo te worden gedekt". Erg lang is het geen pelmolen geweest want op 18 april 1850 doet Pieter Nanninga het verzoek om zijn pelmolen tevens tot houtzaagmolen te mogen inrichten. Op 30 mei van dat jaar krijgt hij daarvoor de vergunning. Ongeveer 9 jaren later staat de 'hele zaak ' te koopPel_houtzaagmolen.jpeg.
De oorzaak was het overlijden van de vrouw van Pieter Nanninga, Reinje Lamberts Krijthe, op 14 augustus 1859.  Begin september 1859 staat er een advertentie in de krant dat op donderdag, 8 September 1859 en volgende dagen alle z.g. roerende goederen behorende bij de zaagmolen etc. ter verkoop worden aangeboden zoals o.a.:
"alle soorten van houtwaren, zich bevindende in- en bij de houtstekken en molen te Enumatil, waaronder vuren en greenen posten, ribben, planken, kolders, juffers, latten en ook kalk, steenen, pannen, ijzerwaren en verder alles wat in een zeer neringrijke houtnegotie voorhanden dient te zijn. Op maandag den 12-den September
zal dan de huiselijken inboedel, de boeren-melk- en stalgereedschappen, hooi en stroo, X stuks hoornvee, best zwart bles merriepaard, 10 schapen, 3 varkens, 2 kapchaisen, 2 boerenwagens, arreslede met gereide, alsmede een partij gort, 3 pramen, overdekt en niet overdekt, worden gepresenteerd".
advertentie_Pel_en_Zaagmolen.jpgBegin oktober 1859 staat er opnieuw een zeer grote advertentie in de krant, zie afbeelding hiernaast.
Uit deze advertenties wordt goed duidelijk wat voor 'imperium' er in een aantal jaren door Pieter Nanninga was opgebouwd, zeker wanneer je leest dat er een 6-tal andere woningen te Enumatil 'tevens ten verkoop worden aangeboden. In de z.g. staat van begroting komen we een lange lijst van gereedschappen en losse goederen tegen die verder ten verkoop zullen worden aangeboden. Van een trekzaag, 3 koevoeten, 3 vegers, 8 gortzakken, 4 paar oude molenzijlen, 26 molen-zaagvijlen, 9 nieuwe pelblikken, 2 dommekrachten tot een ruisboor en een stropket aan toe.

De nieuwe eigenaar van de molen werd Freerk Jacob Wessels, geboren te Uithuizen op 6 maart 1835. Hij was kort daarvoor op 23-06-1859 te Leens gehuwd met Aaltje Klaassen Hekma. Zij kregen 4 kinderen. Het lot was Freerk Wessels niet  gunstig gezind. Zes jaar na zijn trouwen overlijdt zijn vrouw Aaltje, op 22 augustus 1865.
Freerk Jacob Wessels hertrouwt dan, op 22 maart 1876 te Bierum met Geertje Wiertsema, geb. 07-08-1848. Helaas overlijdt zijn vrouw Geertje  al binnen een jaar. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren: Jan Wierts Wessels op 09-01-1877
Huite Fokkes Palstra was toen hun zaagmolenknecht.
Op 31 augustus 1877 werd Wessels lid van de gemeenteraad van Leek. Op 12 maart 1886 overleed hij te Enumatil.
molenWindlust.jpg Op 6 mei 1886 werd er een publieke verkoop gehouden van de molen. Koper werd Jakobus Deodatus Homan, houthandelaar te Briltil. Vermoedelijk is het de houthandelaar Homan voornamelijk om het hout te doen geweest want een jaar later in 1887 werd de molen afgebroken en voor ene H. Haaier in Bourtange weer herbouwd. Uiteindelijk werd de molen daar in 1951 gesloopt. Vroeger verplaatste men vaak molens. Ze stonden dikwijls aan zogenaamde molensloten en konden daardoor gemakkelijk per boot vervoerd worden.


Molen 6
Egbert Egberts Switters ( de zoon van Egbert Harm Switters en de stiefzoon van P. H. Nanninga, zie molen 2) krijgt op 19 februari 1848 een vergunning om op precies dezelfde plek als de op 25-10-1847 afgebrande molen 2 een nieuwe molen te bouwen. De onderkant van de molen was van steen en de kap en de z.g. achtkant waren met hout gedekt. Niet bekend is of deze molen weer  'Windlust' is genoemd. Heel veel jaren heeft Switters hier niet mee mogen malen omdat hij begin 1853 komt te overlijden.
Egbert Switters ligt begraven op het kerkhof in Lettelbert; op zijn grafsteen staat een molen in de rouwstand afgebeeld.
EgbertSwittersoverlijdensadvertentieEgbertSwitters

De tekst op de grafsteen luidt:
Egbert Switters EZ.
geb den 14 Sept. 1823 aan boord
van het schip de vriendschap
tusschen Norden en Nordernei
overl. den 12 Aug. 1835 te Enum.

Inmiddels was de oudste zus van Switters, Jantje Egberts Switters, gehuwd met Jan Douwes Bakker. Samen bewoonden ze het ouderlijk huis en de herberg.

In die tijd stond ook het volgende in een regionale krant:
"Mr. D. Roessingh, notaris te Grootegast, gedenkt op woensdag den 4-den april 1855, des namiddags te 2 uur, ten huize van den kastelein Jan Douwes Bakker, te Enumatil, ten verzoek van de Weduwe en Erven van Egbert Egberts Swilters, in leven Koorn- en Pelmolenaar, gewoonde hebbende en overleden te Enumatil, publiek te verkopen: Eene Koorn- en Pelmolen, met daarbij staande behuizing en erf, en nevensliggende arbeiderswoning en tuin, staande en gelegen te Enumatil, groot 11 roeden, 40 ellen".