Historische Kring gemeente Leek e.o.

Artikelindex

 Geschiedenis van de molens van EnumatilKorenmolen

samensteling: Bert Heijenga

Molen 1

In het verleden hebben diverse koren-, olie-, pel- en houtzaagmolens in het dorp gestaan ; de oudste molen dateert uit de 17e eeuw. Het was een standerdmolen die op de toenmalige Schans stond.

Op 25-06-1628 moest deze molen op last van de provincie worden afgebroken.De reden hiervoor was dat er in de provincie te veel korenmolens stonden en dat er vanaf die tijd belasting moest worden betaald op het gemaal. Daarom werd het aantal molens gemakshalve verminderd, om de controle te vereenvoudigen. Bij elke molen moest op last van de provincie een sarrieshut worden gebouwd.
standermolen.jpg


Rechts: standerdmolen op een plaat van Isings

Deze huisjes werden vanaf 1628 gebouwd, als woning van de chercher, een ambtenaar, aangesteld door de Staten van de provincie Groningen (Stad en Lande), die belast was met de controle op de belasting. Deze belasting was een 'recht' dat geheven werd op het bij de molenaar ter vermaling aangevoerde graan.
Het woord chercher is afgeleid van het oud-franse woord sarchier, hetgeen belasten betekent. Het huidige woord chercher betekent zoeken, opzoeken; (af-, op)halen; het woord chercheur betekent (onder)zoeker, vorser. In Groningen werd de naam verbasterd tot ´sarries´ en de cherchershut tot ´sarrieshut´.
Om voldoende geld binnen te krijgen voor de strijd tegen Spanje, werd deze belasting in het begin van de 80-jarige oorlog ingevoerd. Maar ook daarna werd deze belasting gehandhaafd en uiteindelijk pas afgeschaft in 1855, vier jaar na de invoering van de gemeentewet in 1851.


Molen 2 koopaktedeVriendschap

Aan het begin van de 19-de eeuw,  rond 1825, woonde de familie Switters in het hoekhuis bij de brug, waar 150 jaar later de familie Pruis woonde. Egbert Harms Switters was schipper, landbouwer, later ook  bakker en kastelein.
Switters, die eerst in Appingedam woonde, kocht in 1815 in Groningen een tjalkschip bij de scheepstimmerman Klaas Sipkes de Vries, voor 2000 gulden. De koopakte staat hiernaast (klik). Switters  was  gehuwd met Reinje Lamberts Krijthe. Hun zoon Egbert
werd op 14 september 1823  geboren a/b van dit tjalkschip De Vriendschap, op het wad onder Norderney. De aangifte gebeurde pas op 12 jan 1824. Als geboorteplaats werd Groningen genoteerd. De geboorteakte staat hieronder. (klik)

geboortakteEgbertSwittersGemakkelijk was het in die tijd niet om bakker te zijn in Enumatil.  Switters schrijft een brief dat het eigenlijk niet te doenis om helemaal naar Midwolde te gaan, om precies te zijn, halverwege Nienoord, om zijn graan te laten malen aangezien er te Enumatil geen molen is. Maar ook in dit verband geldt dat in ieder geval de ambtelijke molens bijzonder langzaam malen! Bakker Switters heeft het dan ook niet meer mee mogen maken dat er te Enumatil een molen werd gebouwd, want in 1830 komt hij te overlijden. In februari 1831 staat de volgende advertentie  in de krant:

 verkoopDeVriendschapZijn vrouw Reinje hertrouwt met de 21 jaar jongere  Pieter Hendrikus Nanninga, steen- en houtkoper, afkomstig van Zuidhorn. Begin 1832 verstuurt Pieter Nanninga een aanvraag tot het stichten van een molen en wel aan de zuidzijde.

Op 28-08-1832 werd een vergunning afgegeven voor een bovenkruier die 100 meter ten oosten van de brug over het Hoendiep, ten zuiden van de Westerdijk mocht worden gebouwd. Eigenaars van deze molen, Windlust genaamd, waren Pieter Hendrikus Nanninga en R. Lammerts. Het was een roggemolen. In 1833 werd deze molen verbouwd tot pelmolen. Vanaf 1845 werd de zoon van Reinje Lamberts Krijthe, Egbert Egberts Switters (die op het Tjalkschip de Vriendschap geboren was)  de nieuwe molenaar. Veel geluk heeft hij er niet mee gehad want op 25 oktober 1847, twee jaar later dus, werd de molen door brand totaal verwoest.
Switters ligt begraven op het kerkhof in Lettelbert; op zijn grafsteen, gedateerd in 1853, staat een molen afgebeeld; zie verderop bij molen 6.


Molen 3
Deze molen stond aan het Hoendiep, iets ten noorden van de brug (achter het huidige pand Molenpad 2). Op 06-07-1834 kreeg Kornelis Willem Hofman, gehuwd met Geertruida Alles van Looyen de dochter van  de plaatselijke schoenmaker Alle van Looijen , een vergunning voor een pelmolen, later ook korenmolen. De achtkant was met riet bedekt, de onderbouw was van steen opgetrokken.
In 1869 werd J. Boerma eigenaar. Toen werd deze molen 15 voet (= 4,5 meter) omhoog gebracht. Dit deed men wel vaker. De molen kon dan meer wind vangen en werd daardoor krachtiger.
In 1896 werd Kornelis Rienks Dijkstra eigenaar (de overgrootvader van de tot voor kort in Enumatil woonachtige gebroeders Vink).Hij was getrouwd met Geertruida Willems Hofman, de zuster van bovengenoemde K. W. Hofman.  Op 4 augustus 1906 is de molen afgebrand. Tijdens deze brand gingen ook het woon-winkelhuis, bewoond door de familie Bousema (eigenaar Steenhuizen), en het woonhuis van dhr. Vink gedeeltelijk verloren.

Het NIEUWSBLAD VAN HET NOORDEN besteedde dezelfde dag nog aandacht aan de brand:



Enumatil. 4 augustus


Hedenmiddag geraakte vermoedelijk door het warm loopen van de as, de molen van den heer Vink alhier, in brand. Het vuur was zoo hevig dat ook twee belendende perceelen, een van de heer Vink en een van de heer Bousema vlam vatten. Tegen deze vuurzeee was de kleine brandspuit, die spoedig op het tooneel van van den brand verscheen niet opgewassen, zoodat men bij het verzenden van dit bericht vreest, dat de brand zich nog verder zal uitbreiden.


In het volgende nummer van de krant verscheen een uitgebreid verslag:


Verslag van de Molenbrand op 4 augustus 1906


In ons vorige nummer hebben we reeds een en ander gemeld van de ramp die het dorpje Enumatil getroffen heeft.
Heden morgen hebben we eens een onderzoek in loco ingesteld. De plaats van den brand biedt een treurigen aanblik. Het steenen onderstuk van den molen staat er nog zwart geblakerd door de vlammen, evenals de hoofdzaak van de muren der twee belendenden huizen der heeren Dijkstra en Steenhuizen, bewoond door Bouwsema , timmerman en winkelier.
Zaterdagmiddag ongeveer half een, terwijl de molenknecht, die in de onmiddelijke nabijheid woont, aan tafel zat, sloeg plotseling de vlam uit den molen ongeveer ter hoogte van de molensteenen. Men vermoedt dat de molen warm gelopen is in die buurt, maar weet dienomtrent niets met zekerheid. Door den krachtigen westenwind aangewakkerd , stond het rieten dak van den molen in een ommezien in brand en het brandende riet werd door den wind meegesleept, tengevolge waarvan de twee huizen oostenlijk spoedig vlam vatten. De brandspuit van Enumatil was spoedig ter plaatse, maar kon aan de molen weinig beginnen. Ze hield zich dan ook meer bezig met de huizen.
Molen en huis van den heer Dijkstra stonden op de gemeente Zuidhorn. Alle drie perceelen zijn afgebrand. In het huis van Bousema is ook nog hooi verbrand, dat daar geborgen was door de heeren Veenstra en Hoolsema. De inboedel van Dijkstra is geheel gered. Bousema heeft slechts het huisraad kunnen redden uit een kamer: winkelopstand, gereedschappen hout, enz zijn verbrand. Het duurde echter niet lang of aan de Oostzijde van het diep begon de brand zich uit te breiden.

Het huis van den kastelein Ter Veer begon door vonken hitte vlam te vatten dreigde weldra in brand te zullen gaan. Weldra kwamen nu ook brandspuiten aan van Zuihorn, Leek en Den Horn.
De burgemeester der gemeente Leek, jhr. Van Panhuys was de spuit vooruitgesneld en bracht de regeling der manschappen in orde.
Toen de spuit aankwam kon direct met het werktuig, dat zeer flink werkte, worden begonnen en ook de andere spuiten bepaalde zich thans meer tot bescherming der huizen aan de Oostzijde va het Hoendiep.Om half twee was het een zeer kritiek moment.
Aan de Westzijde brandde het geducht. Aan de Oostzijde begonnen de huizen van de heeren kastelein Ter Veer, Hamming, Van Til en de boerderij van den heer Wieringa hier en daar vlammetjes en rook te vertoonen. Door het werk der brandspuiten wist men evenwel dit alles spoedig te blusschen.De inboedels waren natuurlijk reeds lang uit de huizen weggehaald of ingepakt.
Om drie uur was het grootste gevaar voorbij, en de brandspuit van Hoogkerk, die nog bijna aan Enumatil is toegeweest kon terug keren. Men heeft ook een telegram naar Groningen gestuurd om de stoombrandspuit, maar die is niet meer nodig geweest.
Omtrent de verzekeringen kunnen we nog het volgende meedeelen: De molen, eigenaar de heer Dijkstra, in huur bij den heer Vink was verzekerd voor fl 6000,00 bij den Onderlinge Brandmij van Windmolens vooor de prov. Groningen; het huis van de heer Dijkstra voor fl 3000,00 bij Neerlandis te scheveningen, de inboedel voor fl 1000,00 bij de Hollandse Brand en Levensverzek. Mij te Amsterdam.
Het winkelhuis, eigenaar de heer S. Steenhuizen, in huur bij den heer A. Bousema, voor fl 4000,00 bij de Nederlanden te s`Gravenhage, de inboedel, winkelvoorraad, etc. voor fl 1375,00 bij dezelfde maatschappij.
Ergelijk werd genoemd de houding van de mannen der Zuidhorner spuit, die met twee ploegen kwam. De eene ploeg was pas bezig met spuiten of de anderen gingen op onderzoek uit, of er iets was te genieten van het goede der aarde. Bier , wijn, drank, alles was van hun gading, zoodat dat de mannen in 't laatst niet meer heel vast ter been waren en de menschen, die toch reeds in angst zaten, brutaliseerden. De houding der mannen van de andere spuiten was uitstekend en correct in alles. Aan de tegenwoordigheid van geest van een broeder van den kastelein Ter Veer is het misschien voor een deel te danken, dat geen grootere ongelukken geschiedden. Hij betwistte aan de vlammen met mannenmoed elk stukje van het dak van het huis. Was dit in brand geraakt, het onheil was niet te overzien geweest.

stafkaart1864.jpg
















Detail van een stafkaart uit 1864, waarop een oliemolen en twee pelmolens vermeld staan.



Molen 4
huis3.jpg
molenpad18










linker foto tussen 1897 en1905, rechter foto 2016


Deze molen, met de daarbij behorende molenaarswoning en - waarschijnlijk dubbele - arbeiderswoning stond aan het Hoendiep, 200 meter ten noorden van de brug (ten noorden van de woning  Molenpad 18).
Op 13-05-1845 werd aan Kornelis  Willem Hofman (tevens al eigenaar van molen 3) een vergunning afgegeven voor een oliemolen, een achtkante bovenkruier met stelling. In 1847 werd deze molen verbouwd tot pel- en roggemolen. Hofman overleed in 1860 op 86-jarige leeftijd. Zijn zoon Willem Kornelisz. Hofman trouwde in 1872 met Fokkeltje Aalfs; het echtpaar nam toen de molen over. In 1895 werd hij zelfzwichtend (met de wind meedraaiend) gemaakt. Maar Hofman had meer plannen. Hij liet door aannemer Nannenga een stoomolieslagerij en lijnkoekfabriek bouwen! In het Nieuwsblad van het Noorden van 5 septermber 1897 werd de voltooiïng van de olieslagerij aangekondigd.
Hofman begon een een fabriek van raap- en lijnoliekoeken.  De molenkap werd verkocht naar Peize - en is daar gebruikt voor de bouw van de Peizer molen. Op de foto is de stoompijp te zien, terwijl de molenkap  verwijderd is. Vanaf die tijd verschijnen er advertenties in de regionale bladen waarin Hofman zijn producten aanbeveelt.

advertentiesNvhN-1897-09-05



Restanten van de vloer van de olieslagerij  en enkele (olie?)kelders zijn nog in de grond aanwezig.
Helaas heeft Hofman niet lang van zijn nieuwe onderneming kunnen profiteren. In februari 1905 ging de hele fabriek inclusief het woonhuis, in vlammen op.
NvhN-1905-02-17
 Nieuwsblad, 17 februari 1905
 
Twee maanden later werden de restanten van de afgebrande olieslagerij  en het woonhuis, en de niet afgebrande dubbele woning (nu Molenpad 18) verkocht.
Willem Kornelis Hofman vertrok naar Midlaren. Omstreeks 1915 bouwde de familie Hofman een nieuwe olieslagerij aan het Hoendiep te Halfweg- Hoogkerk, op de plaats van wat nu (2014) Hoendiep 135 is.
NvhN-1905-04-06
Nieuwsblad 6 april 1905
 
Er waren wel vaker  tegenslagen voor  de molenaars in Enumatil geweest: in de nacht van 5 op 6 februari 1863 raast er een zware storm over Enumatil en de rest van het Westerkwartier.
"Te Enumatil en omstreken woedde het onweder verschrikkelijk. De zwaar beladen wolken werden met vreeselijke snelheid van de verschillende luchtstreken met geweld tegen elkander gedreven, daarbij ontlastte zich het onweder. onder bliksemstralen en donder, door eene hevige hagelbui en regen. Een dwarrelende stormwind maakte een gedruisch, waardoor het ratelen des donders niet geheel gehoord kon worden. De pel- en oliemolen van den heer K.W. Hofman te Enumatil, werd door dit onweder zeer zwaar beschadigd. Bijna de geheele kap met zwikstelling, wieken en as zijn naar beneden gestort en voor een groot gedeelte verpletterd, Stukken hout waren een groot eind weggeslingerd. De schade, hierdoor veroorzaakt, is zeer aanzienlijk. Mensenlevens heeft men gelukkig bij dit ongeval niet te betreuren. Ook de zwikstelling van den molen van den heer F. Wessels te Enumatil is zwaar geteisterd door dit onweder. Nog is hier vele schade ontstaan door het afwaaijen van schoorsteenen en dakpannen".
Aldus het 'live-verslag' uit die tijd. Het betreft  hier waarschijnlijk molen  4, dat was een oliemolen.

schilderij.jpg

Schilderij van Hoendiep westzijde, met de oliemolen naast Molenpad 18. Gemaakt tussen 1897 en 1900. Opmerkelijk is dat de molen Ebenhaezer hier niet op voorkomt.
Op de achterzijde schreef P. Hofman:
Mijn geboorteplaats. Olie en pelmolen, staande aan het Hoendiep te Enumatil. Opgericht door Kornelis Hofman Wzn. en Geertruida Alles van Looyen omstreeks 1834. Later bij hun huwelijk in 1872 overgenomen door hun zoon Willem Hofman Kzn. en Fokeltje Aalfs, in 1905 afgebrand en niet herbouwd.

De schilder was hoogstwaarschijnlijk Pieter Hofman, een zoon van K.W. Hofman en geboren in 1878.


Molen 5VergunningMolenbouw.png
"Gelezen een extract uit het register der resolutien van den Heere Minister van Financien van de 27 november 1845 no 119 (Afdeling Accynzen) waarbij aan Pieter Nanninga  hout- en steenkoper wonende te Enumatil gemeente Leek uit krachte van 'Konings daartoe verstrekte qualificatie onder de daartoe gestelde voorwaarden, vergunning wordt verleend, om overeenkomstig deszelfs verzoek een pelmolen op te rigten achter zijne behuizinge op het perceel Sectie A, Nr. 503 te Enumatil" .
Zo kreeg Pieter Nanninga vergunning voor het bouwen van zijn molen.
De plaats is ongeveer 100 meter ten zuiden van de brug, naast het laatste huis. De molen was een z.g. achtkante bovenkruier op schuur. De molen diende "op eene afstand van 8 Nederlandse roeden van de weg naar de Zandhoogte (nu: Dorpsstraat) en op een afstand van 4 Nederlandse roeden van den puinweg naar Stroobos (Hoendiep) te staan. Verder diende de molen met hout of eene andere harde specie en - niet -met riet of stroo te worden gedekt". Erg lang is het geen pelmolen geweest want op 18 april 1850 doet Pieter Nanninga het verzoek om zijn pelmolen tevens tot houtzaagmolen te mogen inrichten. Op 30 mei van dat jaar krijgt hij daarvoor de vergunning. Ongeveer 9 jaren later staat de 'hele zaak ' te koopPel_houtzaagmolen.jpeg.
De oorzaak was het overlijden van de vrouw van Pieter Nanninga, Reinje Lamberts Krijthe, op 14 augustus 1859.  Begin september 1859 staat er een advertentie in de krant dat op donderdag, 8 September 1859 en volgende dagen alle z.g. roerende goederen behorende bij de zaagmolen etc. ter verkoop worden aangeboden zoals o.a.:
"alle soorten van houtwaren, zich bevindende in- en bij de houtstekken en molen te Enumatil, waaronder vuren en greenen posten, ribben, planken, kolders, juffers, latten en ook kalk, steenen, pannen, ijzerwaren en verder alles wat in een zeer neringrijke houtnegotie voorhanden dient te zijn. Op maandag den 12-den September
zal dan de huiselijken inboedel, de boeren-melk- en stalgereedschappen, hooi en stroo, X stuks hoornvee, best zwart bles merriepaard, 10 schapen, 3 varkens, 2 kapchaisen, 2 boerenwagens, arreslede met gereide, alsmede een partij gort, 3 pramen, overdekt en niet overdekt, worden gepresenteerd".
advertentie_Pel_en_Zaagmolen.jpgBegin oktober 1859 staat er opnieuw een zeer grote advertentie in de krant, zie afbeelding hiernaast.
Uit deze advertenties wordt goed duidelijk wat voor 'imperium' er in een aantal jaren door Pieter Nanninga was opgebouwd, zeker wanneer je leest dat er een 6-tal andere woningen te Enumatil 'tevens ten verkoop worden aangeboden. In de z.g. staat van begroting komen we een lange lijst van gereedschappen en losse goederen tegen die verder ten verkoop zullen worden aangeboden. Van een trekzaag, 3 koevoeten, 3 vegers, 8 gortzakken, 4 paar oude molenzijlen, 26 molen-zaagvijlen, 9 nieuwe pelblikken, 2 dommekrachten tot een ruisboor en een stropket aan toe.

De nieuwe eigenaar van de molen werd Freerk Jacob Wessels, geboren te Uithuizen op 6 maart 1835. Hij was kort daarvoor op 23-06-1859 te Leens gehuwd met Aaltje Klaassen Hekma. Zij kregen 4 kinderen. Het lot was Freerk Wessels niet  gunstig gezind. Zes jaar na zijn trouwen overlijdt zijn vrouw Aaltje, op 22 augustus 1865.
Freerk Jacob Wessels hertrouwt dan, op 22 maart 1876 te Bierum met Geertje Wiertsema, geb. 07-08-1848. Helaas overlijdt zijn vrouw Geertje  al binnen een jaar. Uit dit huwelijk werd één zoon geboren: Jan Wierts Wessels op 09-01-1877
Huite Fokkes Palstra was toen hun zaagmolenknecht.
Op 31 augustus 1877 werd Wessels lid van de gemeenteraad van Leek. Op 12 maart 1886 overleed hij te Enumatil.
molenWindlust.jpg Op 6 mei 1886 werd er een publieke verkoop gehouden van de molen. Koper werd Jakobus Deodatus Homan, houthandelaar te Briltil. Vermoedelijk is het de houthandelaar Homan voornamelijk om het hout te doen geweest want een jaar later in 1887 werd de molen afgebroken en voor ene H. Haaier in Bourtange weer herbouwd. Uiteindelijk werd de molen daar in 1951 gesloopt. Vroeger verplaatste men vaak molens. Ze stonden dikwijls aan zogenaamde molensloten en konden daardoor gemakkelijk per boot vervoerd worden.


Molen 6
Egbert Egberts Switters ( de zoon van Egbert Harm Switters en de stiefzoon van P. H. Nanninga, zie molen 2) krijgt op 19 februari 1848 een vergunning om op precies dezelfde plek als de op 25-10-1847 afgebrande molen 2 een nieuwe molen te bouwen. De onderkant van de molen was van steen en de kap en de z.g. achtkant waren met hout gedekt. Niet bekend is of deze molen weer  'Windlust' is genoemd. Heel veel jaren heeft Switters hier niet mee mogen malen omdat hij begin 1853 komt te overlijden.
Egbert Switters ligt begraven op het kerkhof in Lettelbert; op zijn grafsteen staat een molen in de rouwstand afgebeeld.
EgbertSwittersoverlijdensadvertentieEgbertSwitters

De tekst op de grafsteen luidt:
Egbert Switters EZ.
geb den 14 Sept. 1823 aan boord
van het schip de vriendschap
tusschen Norden en Nordernei
overl. den 12 Aug. 1835 te Enum.

Inmiddels was de oudste zus van Switters, Jantje Egberts Switters, gehuwd met Jan Douwes Bakker. Samen bewoonden ze het ouderlijk huis en de herberg.

In die tijd stond ook het volgende in een regionale krant:
"Mr. D. Roessingh, notaris te Grootegast, gedenkt op woensdag den 4-den april 1855, des namiddags te 2 uur, ten huize van den kastelein Jan Douwes Bakker, te Enumatil, ten verzoek van de Weduwe en Erven van Egbert Egberts Swilters, in leven Koorn- en Pelmolenaar, gewoonde hebbende en overleden te Enumatil, publiek te verkopen: Eene Koorn- en Pelmolen, met daarbij staande behuizing en erf, en nevensliggende arbeiderswoning en tuin, staande en gelegen te Enumatil, groot 11 roeden, 40 ellen".

Koper van de molen werd ene J.J. Kreps.  Hoe lang deze Kreps de eigenaar van de molen is geweest is niet bekend maar in 1873 was Jan Willems Bakker, zoon van de kastelein Jan Douwes Bakker, de moleneigenaar en was de molen als het ware weer in de familie terug. Jan Willems Bakker is de eigenaar gebleven tot de verplaatsing in 1891.
De molen werd in 1891 herbouwd in Stedum, zie foto boven. In de molen stond met Romeinse letters: MDCCCLXXVI (1876). Het is niet echt duidelijk waar dit jaartal betrekking op had. De molen heeft daar tot 5 juli 1936 gestaan want op die dag brandde deze tot de grond toe af. Hiermee is de molenhistorie van de beide molens die aan de Westerdijk hebben gestaan ten einde. 
Pieter Hendrikus Nanninga en Reinje Lamberts Krijthe waren inmiddels eigenaar van diverse stukken grond en huisjes aan het Hoendiep, schuin tegenover de huidige Gereformeerde Kerk (het koepelkerkje), en woonden daar inmiddels ook. Pieter Nanninga had dit stuk land met huis gekocht van ene Grietje Popkes op 18 januari 1842. Pieter was daar steen- en houtkoper. Hij overleed op 19 maart 1877. Op de overlijdensakte staat Lettelbert vermeld. Kennelijk was hij later daar gaan wonen.

 

Molen 7 - "Ebenhaëzer"


Ebenhaezer_in_aanbouwDit is de nog bestaande molen, de opvolger van molen 3. Deze molen werd in 1907 door molenbouwer Hazenberg uit Briltil gebouwd voor de gebroeders Zorge .
Dijkstra verkocht op 07-01-1906 een stuk van zijn erf en de stenen van de afgebrande molen aan W. en J. Zorge. Van deze stenen werd de onderbouw gemaakt ( 20 m achter de plek van de afgebrande molen) en de achtkant kwam van een molen in Dokkum (deze stond aan de Dokkumer Ee, 800 meter van de kerk, en was aldaar met riet bedekt). Op 28-10-1928 werd de molen verkocht aan L. Ipema en W. Elema. De firmanaam bleef Gebroeders Zorge.
Op 01-09-1950 kocht A. Hummel de molen. Er werd toen een elektromotor in geplaatst.
In 1964 werd de molen door de gemeente Zuidhorn overgenomen en thans is de gemeente Leek, als uitvloeisel van de gemeentelijke herindeling  de eigenaar.
Ook daarna  is er nog regelmatig groot onderhoud aan de molen verricht:

molenrestauratie19811981
wederom  een ingrijpende restauratie,  onder meer werd de kap vernieuwd.Voor foto's van het verwijderen en terugplaatsen van de kap, klik op de foto van de in de takel hangende kap.

 

 

I998

molenstenen1998De  molenstenen en een roede werden vervangen . Klik op de  foto met de molensteen

 

De vrijwillige molenaar Heleen Velvis laat regelmatig de molen draaien, bijvoorbeeld op de nationale molendag .  Zij is sinds 21 september 2010 gediplomeerd, en de opvolger van de vorige molenaar Piet Bethlehem. . Een gedeelte van de molen functioneert voor het dorp als een soort dorpshuis, beheerd door de vereniging voor Dorpsbelangen.

 

 

2010 

molenstelling2010In juni brak een van de lange schoren doormidden, deze was totaal doorgerot. Op 14 oktober 2010  is de Fa. Dunning met het meest noodzakelijke herstel begonnen, de vervanging van de stelling.  Volgend jaar wordt dan het grote werk uitgevoerd. De gemeente Leek heeft financiële middelen beschikbaar gesteld om de molen weer maalvaardig te maken. Volgende foto.

 

2011 

molenrestauratie2011In maart is de Fa. Dunning met het groot onderhoud begonnen: onder meer het vervangen van de lange schoren, de staartbalk en  de lange en de korte  spruit. 
Te zien is een interview door RTV-Noord van d
e molenaar Piet Bethlehem, inspectie door de verantwoordelijke wethouder Tanja Hazeloop, de aanvoer van nieuwe materiaal, het verwijderen van de oude delen en het plaatsen van de nieuwe. De telescoopkraan vande Fa Wagenborgen-Nedlift paste  nèt door de ingang van het Molenpad. klik op de foto hiernaast.

 

molenfeest2011Tenslotte  heeft het dorp ter gelegenheid van het afronden van de restauratie in mei van hetzelfde jaar een feestje gevierd; daarbij werd  de geheel herstelde molen door burgemeester Hoekstra van Leek  symbolisch in bedrijf gesteld.
Klik op de foto van de versierde molen

 

 

Constructiedetails van de molen:
Romp: Houten achtkant, gedekt met verticale delen, op stenen onderbouw
Het achtkant is met de gekantelde legeringsbalken afkomstig uit de omgeving van Dokkum. Dit achtkant is in 1907 op een iets te smalle onderbouw van de afgebrande voorganger geplaatst, waarbij de achtkantstijlen letterlijk alleen op de acht hoekpilasters rusten! Het stenen tussenstuk is hier aan de binnenkant sterk uitgespaard voor de achtkantstijlen.
Kap: Gedekt met houten delen
Vlucht: 21,00 m.
Wiekenvorm: Oudhollands Wiekenkruis
Kruiwerk: Neutenkruiwerk, kruilier met kabel en stellinghaak
Vang: IJzeren hoepelvang; vangbalk met duimophanging; vangstok
Inrichting: 2 koppels maalstenen
Overbrengingen: Bovenwiel 61 kammen, Bovenbonkelaar 31 kammen, Kammenluitafel 30 kammen, Luiaswiel 21 kammen, Spoorwiel 86 kammen, Steenschijf N 22 staven, Steenschijf Z 25 staven
Overbrengingsverhoudingen 1 : 7,69 en 1 : 6,76
Het spoorwiel is een oud bovenwiel uit Friesland: op de nog aanwezige plooistukken met kamgaten is de spoorwielvelg gemonteerd.

De Nederlandse molendatabase heeft ook informatie over de molen.

Nog een leuke anekdote: Op 1 nov 1951 was de omloop  zo slecht, dat een molenknecht door een plank zakte. Zeker 6 meter lager brak een mestvaalt zijn val. De knecht kwam daardoor met de schrik en een vieze lucht vrij.


Watermolens langs de matsloot

Molen 8

Deze molen werd gebouwd in 1844 en stond aan de noordzijde van de Matsloot, 500 meter vanaf het Hoendiep. Het was een spinnekop met schroef. Deze molen was eigendom van de familie Leuring en hield een kleine polder van 14 hectare droog. Voor 1898 was deze molen verdwenen.
spinnekop.jpg

 
 
 

Een spinnekop in de Weerrribben (NW-Overijsel)

 
 
 





Molen 9
De vergunning werd afgegeven op 19-07-1853, de molen stond ook aan de noordzijde van de Matsloot, 1 kilometer vanaf het Hoendiep. Het was eveneens een spinnekop met schroef. Eigenaars waren L. Steenhuizen en D. Wieringa. Het is niet bekend wanneer deze molen is verdwenen.

Bronnen:

1. De negen molens van Enumatil - W. Beereboom, Historisch Leek 10,3 maart 1996

2. Molenhistorie te Enumatil - H. Top, Historisch Leek 17,4 september 2003

3. Website over Enumatil - Harry Vink †  (zie weblinks)

4. Molenkaarten van de vereniging De Hollandsche Molen.

5. Groninger Molenboek -  B. van der Veen Czn. 1981

6. Molens van het Noordererf -  S.J. van der Molen, 1979

7. Rond Terpen en Brinken. Uit de historie van Westerkwartier en Noordenveld -
W.T. Vleer, 1981

8. TV-uitzending Molenaarsgraf op RTV-Noord op1 feb 2011, presentator Egge Knol

9. Groninger Archieven